Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres,
de minister van Asiel en Migratie.
Inleiding
30 oktober 2023.
Rechtbank Den Haag
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedateerd 12 januari 2026, wordt het beroep van eiseres behandeld dat is ingediend op 3 september 2025. Eiseres, vertegenwoordigd door haar gemachtigde mr. F. Boone, heeft beroep aangetekend tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op haar asielaanvraag, die op 30 oktober 2023 was ingediend. De rechtbank heeft besloten geen zitting te houden, omdat partijen geen verzoek hebben ingediend om dit te doen. Hierdoor heeft de rechtbank het beroep zonder zitting behandeld en het onderzoek gesloten.
De rechtbank heeft ambtshalve beoordeeld of eiseres procesbelang heeft bij de beoordeling van het beroep. Het oordeel van de rechtbank is dat dit procesbelang ontbreekt. Eiseres had eerder op 14 juli 2025 al beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar aanvraag (zaaknummer NL25.31290). De rechtbank heeft op 8 januari 2026 uitspraak gedaan op dit eerste beroep en het gegrond verklaard, waarbij de minister is opgedragen om binnen vier weken na bekendmaking van die uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag te nemen.
Aangezien de rechtbank niet twee keer kan beslissen op een beroep dat gericht is tegen hetzelfde niet tijdig nemen van een besluit, heeft eiseres geen belang bij het onderhavige beroep. De rechtbank concludeert dat het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk is verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt en kan worden ingezien op rechtspraak.nl.