ECLI:NL:RBDHA:2026:409

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 januari 2026
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
NL25.52038
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag

In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, wordt het beroep van eiser behandeld dat op 24 oktober 2025 is ingediend. Eiser stelt dat de minister van Asiel en Migratie niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag, die op 27 februari 2024 is ingediend. De rechtbank heeft de zaak zonder zitting beoordeeld en moet ambtshalve vaststellen of eiser procesbelang heeft bij de beoordeling van dit beroep. De rechtbank concludeert dat dit procesbelang ontbreekt, omdat eiser eerder op 24 september 2025 al beroep had ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag (zaaknummer NL25.46458). In dat eerdere beroep heeft de rechtbank op 20 november 2025 uitspraak gedaan en de minister opgedragen om uiterlijk op 22 januari 2026 een besluit op de aanvraag bekend te maken. Aangezien de rechtbank niet twee keer kan oordelen over een beroep dat hetzelfde doel dient, namelijk het opleggen van een beslistermijn aan de minister, heeft eiser geen belang bij het onderhavige beroep. De rechtbank verklaart het beroep dan ook niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Deze uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars, in aanwezigheid van griffier A.S. van der Veen, en is openbaar gemaakt op rechtspraak.nl.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.52038

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. V.L. van Wieringen),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser op 24 oktober 2025 heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 27 februari 2024.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eiser procesbelang heeft bij een beoordeling van dit beroep. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang.
3. Eiser had reeds op 24 september 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag (NL25.46458). Vervolgens dient eiser op 24 oktober 2025 onderhavig beroep in. Deze rechtbank heeft op 20 november 2025 uitspraak gedaan in het eerste beroep en dat gegrond verklaard. Voor zover hier van belang, is de minister opgedragen om uiterlijk op 22 januari 2026 alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken.
4. Aangezien de rechtbank niet twee keer kan beslissen op een beroep gericht tegen hetzelfde niet tijdig nemen van een besluit dat hetzelfde doel dient, namelijk het verzoek tot het opleggen van een beslistermijn aan de minister, heeft eiser geen belang bij het onderhavige beroep.

Conclusie en gevolgen

5. Het onderhavige beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit is kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
A.S. van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).