ECLI:NL:RBDHA:2026:410

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 januari 2026
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
NL25.47085
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag

Op 12 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de zaak van een eiser die beroep had ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie. De eiser had op 28 september 2025 beroep aangetekend omdat de minister niet tijdig had beslist op zijn asielaanvraag, ingediend op 22 oktober 2023. De rechtbank heeft vastgesteld dat partijen geen zitting nodig achtten en het beroep zonder zitting heeft behandeld.

De rechtbank heeft ambtshalve beoordeeld of de eiser procesbelang had bij de beoordeling van het beroep. Het oordeel was dat dit procesbelang ontbrak, aangezien de eiser eerder op 19 juli 2025 al beroep had ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag (zaaknummer NL25.32877). De rechtbank had op 8 januari 2026 in die eerdere zaak geoordeeld dat de minister binnen acht weken na de uitspraak een besluit op de aanvraag moest nemen.

Aangezien de rechtbank niet twee keer kan beslissen op een beroep dat hetzelfde doel dient, namelijk het opleggen van een beslistermijn aan de minister, concludeerde de rechtbank dat de eiser geen belang had bij het onderhavige beroep. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt en de eiser is geïnformeerd over de mogelijkheid om in beroep te gaan bij de Raad van State.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.47085

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. I. Mercanoglu),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van 28 september 2025 dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van
22 oktober 2023.
1.1
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft
gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. De rechtbank heeft het beroep daarom niet op zitting behandeld en sluit hierbij het onderzoek. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eiser procesbelang heeft bij een beoordeling van dit beroep. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang.
3. Eiser heeft op 19 juli 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag (NL25.32877). Vervolgens heeft hij op 28 september 2025 nogmaals beroep ingesteld.
4. Deze rechtbank heeft op 8 januari 2026 uitspraak gedaan en het eerste beroep en dat gegrond verklaard. Voor zover hier van belang, is de minister opgedragen om binnen acht weken na de dag van het bekendmaken van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken.
5. Aangezien de rechtbank niet twee keer kan beslissen op een beroep gericht tegen hetzelfde niet tijdig nemen van een besluit dat hetzelfde doel dient, namelijk het verzoek tot het opleggen van een beslistermijn aan de minister, heeft eiser geen belang bij het onderhavige beroep.

Conclusie en gevolgen

6. Gelet op het voorgaande is het onderhavige beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
A.S. van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).