ECLI:NL:RBDHA:2026:412
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag
Deze uitspraak betreft het beroep van een eiser, ingediend op 22 oktober 2025, tegen de minister van Asiel en Migratie. De eiser had eerder op 20 maart 2024 een asielaanvraag ingediend, maar de minister had niet tijdig beslist. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en heeft het beroep zonder zitting behandeld. De rechtbank heeft ambtshalve beoordeeld of de eiser procesbelang had bij de beoordeling van het beroep. De rechtbank concludeert dat dit procesbelang ontbreekt, omdat de eiser eerder op 7 augustus 2025 al beroep had ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag (zaaknummer NL25.36689). In die procedure heeft de rechtbank op 23 december 2025 uitspraak gedaan en het eerste beroep gegrond verklaard, waarbij de minister is opgedragen om binnen acht weken een besluit op de aanvraag bekend te maken. Aangezien de rechtbank niet twee keer kan beslissen op een beroep dat hetzelfde doel dient, heeft de eiser geen belang bij het onderhavige beroep. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, en openbaar gemaakt op rechtspraak.nl.