ECLI:NL:RBDHA:2026:4134
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens motiveringsgebrek bij afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse asielzoeker
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 17 december 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De minister wees deze aanvraag op 6 augustus 2024 af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het asielverhaal, met name over het overlijden van een vriend die betrokken was bij de PDP-partij. Eiser voerde beroep aan tegen deze afwijzing.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit een ondertekeningsgebrek bevatte, maar geen bevoegdheidsgebrek, en dat dit gebrek niet tot vernietiging leidt. De kern van het geschil betreft de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiser over de moord op zijn vriend. De minister achtte deze ongeloofwaardig vanwege het ontbreken van documenten en vermeende tegenstrijdigheden in de verklaringen.
De rechtbank stelt echter vast dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de verklaringen niet samenhangend en aannemelijk zijn. De minister heeft niet adequaat toegelicht waarom het vaag zou zijn dat eiser de naam van zijn informant niet kent en waarom het tegenstrijdig zou zijn dat eiser niet weet waarom zijn vriend is vermoord terwijl de echtgenote van de vriend een plausibele reden noemt.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond vanwege dit motiveringsgebrek en vernietigt het bestreden besluit. De minister wordt opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij ook het recent overgelegde krantenartikel en de verklaringen van eiser op de zitting betrokken moeten worden. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens motiveringsgebrek en het bestreden besluit wordt vernietigd met opdracht tot hernieuwde besluitvorming.