ECLI:NL:RBDHA:2026:4136
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000
De minister van Asiel en Migratie legde op 14 februari 2026 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 24 februari 2026.
Eiser voerde aan dat de minister had moeten volstaan met een lichter middel, omdat hij eerder met onbekende bestemming was vertrokken vanwege de onzekere asielprocedure en zijn verantwoordelijkheid om zijn familie in Oezbekistan financieel te ondersteunen. De rechtbank oordeelde echter dat de minister terecht had vastgesteld dat geen minder dwingende maatregel dan bewaring doeltreffend was, mede vanwege het risico op onttrekking aan toezicht en het feit dat eiser niet aan zijn vertrekplicht had voldaan.
De rechtbank concludeerde dat de minister voldoende had gemotiveerd waarom een lichter middel niet volstond en dat ook ambtshalve toetsing geen onrechtmatigheid aan het licht bracht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.