De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een gezinsgerichte voorziening. De minderjarige verblijft momenteel in een gezinshuis en de ouders hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag. De kinderrechter had eerder de machtiging verlengd tot 23 februari 2026.
De gecertificeerde instelling motiveert het verzoek met het ontbreken van een passende plek in een moeder-kindhuis en de noodzaak van intensief toezicht op de moeder om de veiligheid van de minderjarige te waarborgen. Er is een plan voor een gezinsopname bij Mereo in maart 2026, waar de zorg- en opvoedcapaciteiten van de moeder kunnen worden beoordeeld. De plek in het gezinshuis blijft beschikbaar gedurende deze periode.
Tijdens de zitting met gesloten deuren waren de ouders, hun advocaten, de gezinshuisouders en vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling aanwezig. De vader stemt in met het plan, de moeder benadrukt het belang van de gezinsopname en ontkent tekortkomingen in haar zorg. De gezinshuisouders benadrukken de intensieve medische en gedragsmatige zorg die de minderjarige nodig heeft.
De kinderrechter oordeelt dat verlenging van de machtiging noodzakelijk is in het belang van de minderjarige. De machtiging wordt verlengd voor drie maanden om de gezinsopname te laten plaatsvinden en een verslaglegging te maken, waarna de conclusies met de ouders besproken worden. De verdere behandeling wordt aangehouden tot een nader te bepalen zitting. De beschikking is direct uitvoerbaar en tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk.