Op 11 januari 2023 boekte eiser een pakketreis bij TUI Nederland inclusief vlucht Amsterdam-Heraklion retour. De terugvlucht op 25 augustus 2023 was ruim drie uur vertraagd. Eiser vorderde vergoeding op grond van EU-verordening 261/2004 van TUI Nederland.
De kantonrechter oordeelde dat TUI Nederland als touroperator niet de luchtvaartmaatschappij is die de vlucht uitvoerde; dat was TUIFly. Normaal gesproken moet de passagier de luchtvaartmaatschappij aanspreken voor vertragingsvergoeding. Echter, TUI Nederland trad op als aanspreekpunt en erkende de vertraging, waardoor zij ook aansprakelijk kan worden gesteld.
Desondanks kon TUI Nederland een beroep doen op buitengewone omstandigheden, namelijk een beslissing van de luchtverkeersleiding vanwege weersomstandigheden, die de vertraging deels veroorzaakte. Hierdoor viel de netto vertraging onder de drempel van drie uur, waardoor geen recht op vergoeding bestond.
De vordering werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten. De kantonrechter wees ook het betoog af dat TUI Nederland in de proceskosten moest worden veroordeeld bij afwijzing van de vordering.