ECLI:NL:RBDHA:2026:4210
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel bewaring wegens onvoldoende motivering lichter middel
De minister van Asiel en Migratie legde aan eiser een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser, die bijna zijn hele leven in Nederland heeft gewoond en eigenaar is van drie cafés, stelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom niet kon worden volstaan met een lichter middel zoals een meldplicht.
De rechtbank oordeelde dat de minister niet voldoende had aangetoond dat geen andere minder dwingende maatregel doeltreffend kon zijn. Hierbij speelde mee dat eiser een langdurig verblijf in Nederland heeft, een gezin en zakelijke belangen, en kampt met ernstige gezondheidsproblemen. Ook was eiser nooit eerder een meldplicht opgelegd en vertrok hij niet met onbekende bestemming.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, oordeelde dat de maatregel van bewaring vanaf het begin onrechtmatig was en beval de opheffing van de maatregel met ingang van 3 maart 2026. Daarnaast kende de rechtbank een schadevergoeding toe van €1.080,- voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelde de minister tot betaling van de proceskosten van €1.868,-.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven wegens onvoldoende motivering van het niet toepassen van een lichter middel en er wordt een schadevergoeding toegekend.