Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met producties 1 tot en met 9;
- de conclusie van antwoord in reconventie;
3.De feiten
koper uitvoering van deze koopovereenkomst verlangt, in welk geval verkoper -zonder enige bijzondere tegenprestatie naast de vastgestelde koopsom- aan koper op de overeengekomen dag van eigendomsoverdracht de onroerende zaak aflevert in de staat waarin deze zich dan bevindt, met daarbij alle rechten welke verkoper ter zake van het onheil hetzij uit hoofde van verzekering, hetzij uit anderen hoofde- jegens derden toekomen.(...)
e-mail met de conceptkoopakte als bijlage. [gedaagde] heeft daarop evenmin gereageerd.
4.Het geschil
5.De beoordeling
€ 2.540.000).
datum overdracht medio half december 2025 of eerder als beide partijen ermee instemmen”, onder drie in die e-mail genoemde voorwaarden. Bij e-mail van de bestuurder van [eiseres] van 28 maart 2025 (weergegeven in 3.9 hiervoor) is een andere afspraak gemaakt over één van die voorwaarden (het behouden van de auto/bus) en is het bod daarop aangepast. Verder schrijft de bestuurder van [eiseres] in die e-mail dat “
de andere punten wel akkoord [waren]”. Over de leveringsdatum is in die e-mail niets specifiek opgenomen. Daarna volgt op 1 april 2025 het e-mailbericht van de verkoopmakelaar aan partijen met de conceptkoopakte, waarin staat dat de koopakte zal worden gepasseerd op “
15 december 2025 of zoveel eerder of later als partijen tezamen nader overeenkomen”. De rechtbank constateert dat het bepaalde over de leveringsdatum in de conceptkoopakte een weergave is van hetgeen hierover in de e-mail van 26 maart 2025 is opgenomen – 15 december 2025 is immers medio althans half december 2025 – en waarop in de e-mail van 28 maart 2025 niet meer is teruggekomen. Uit deze gang van zaken leidt de rechtbank af dat partijen na het e-mailbericht van 28 maart 2025 van [eiseres] overeenstemming hebben bereikt over de datum van levering, te weten 15 december 2025.