ECLI:NL:RBDHA:2026:4218

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
3 maart 2026
Zaaknummer
NL25.39413
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Besluit proceskosten bestuursrechtBesluit proceskosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening bij gegrondverklaring beroep verblijfsvergunning asiel

Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 19 augustus 2025 in de algemene procedure als kennelijk ongegrond is afgewezen. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 10 december 2025 in zitting te Groningen, waarbij verzoekster werd bijgestaan door een tolk en haar gemachtigde, en de minister werd vertegenwoordigd door een gemachtigde.

Bij de uitspraak van 3 maart 2026 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard, waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig was en het verzoek daarom werd afgewezen. Tevens veroordeelde de rechtbank de minister in de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 934,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter V.A.G. van Dijk en griffier J. Dijkstra, openbaar gemaakt op rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is gegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.39413

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoekster,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. M.H. van der Linden),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: A.E. Geçer).

Procesverloop

1. Verzoekster heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 19 augustus 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 10 december 2025, samen met het beroep, [1] op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster (bijgestaan door een tolk), de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig.
2.1.
De rechtbank ziet, gelet op de gegrondverklaring van het beroep, aanleiding om de minister ook in deze procedure te veroordelen in de proceskosten die verzoeker in dit verband heeft gemaakt met het indienen van zijn verzoekschrift. De rechtbank stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 934,-. [2]

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten tot een bedrag van
€ 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. Dijkstra, griffier en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.NL25.7797.
2.Op grond van het Besluit proceskosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Er wordt 1 punt voor het indienen van een verzoekschrift toegekend, met een waarde van € 934,- en een wegingsfactor 1.