ECLI:NL:RBDHA:2026:4224
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ontzegging EU-verblijfsrecht en ongewenstverklaring
Deze uitspraak betreft het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie tot ontzegging van zijn EU-verblijfsrecht en zijn ongewenstverklaring op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 24 februari 2026 behandeld in aanwezigheid van de gemachtigden van beide partijen. Verzoeker heeft tevens beroep ingesteld tegen het besluit.
De voorzieningenrechter verwijst naar de uitspraak van de rechtbank van dezelfde datum (zaaknummer NL24.44023) waarin op het beroep is beslist. Gezien deze uitspraak is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wordt het verzoek afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ontzegging van het EU-verblijfsrecht en ongewenstverklaring wordt afgewezen.