ECLI:NL:RBDHA:2026:4225
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en geen reëel risico bij terugkeer naar Algerije
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, die door de minister op 8 september 2025 werd afgewezen. De minister oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij bescherming nodig had en legde een vertrekplicht op.
Eiser voerde aan dat hij vanwege familieconflicten en een gewelddadige aanval door zijn neef vreest voor zijn veiligheid bij terugkeer. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde van zijn identiteit, ondanks zijn verklaring dat hij documenten bezat en contact had met familie in Algerije. De minister mocht daarom zijn identiteit ongeloofwaardig achten.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiser geen aannemelijk risico op ernstige schade loopt bij terugkeer, mede omdat hij al jaren geen contact had met zijn neef en geen poging had gedaan bescherming te zoeken bij de Algerijnse autoriteiten. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.