ECLI:NL:RBDHA:2026:4237
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.A.J. de Jong - Nibourg
- Rechtspraak.nl
Beroepen niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging in Dublinprocedure
Betrokkene was gedetineerd en de minister verlengde de overdrachtstermijn op grond van de Dublinverordening en legde een overdrachtsbesluit op. Twee beroepen werden ingesteld door advocaten die echter niet door betrokkene waren gemachtigd. De rechtbank stelde vast dat noch de eerste advocaat, noch de opvolgende advocaat contact had met betrokkene.
De rechtbank schorste het onderzoek en gaf de gemachtigde een hersteltermijn om alsnog contact te zoeken en een machtiging te verkrijgen. Na het verstrijken van deze termijn zonder machtiging verklaarde de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk. De rechtbank oordeelde dat de advocaten niet bevoegd waren proceshandelingen te verrichten zonder schriftelijke machtiging, gelet op de evidente contra-indicaties.
De rechtbank wees op de verplichting van de gemachtigde om de verblijfplaats van betrokkene te achterhalen en contact te zoeken, wat onvoldoende was gebeurd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.J. de Jong - Nibourg.
Uitkomst: De beroepen zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijke machtiging van betrokkene aan zijn gemachtigde.