Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.[eiser] , te [woonplaats] ,
[eiseres], te [woonplaats] ,
1.De procedure
2.De feiten
[adres 1] Koopwoning”. In reactie hierop heeft [naam 2] als volgt geantwoord, met daaronder een gegevenstabel uit de BRP:
Rechtbank Den Haag
Eisers, echtgenoten en kopers van een koopgarantwoning, vorderen schadevergoeding van de gemeente Leiden wegens onrechtmatige verstrekking van persoonsgegevens aan een woningcorporatie. De gemeente verstrekte op verzoek van de woningcorporatie gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP) over de woning van eisers, terwijl dit niet was toegestaan onder de AVG en de Wet BRP.
De rechtbank stelt vast dat de woning geen sociale huurwoning betreft en dat de gegevensverstrekking daarom geen rechtmatige grondslag had. De gemeente had moeten nagaan of het verzoek gerechtvaardigd was, maar heeft dit nagelaten. De verstrekte gegevens zijn feitelijk juist, maar het gebruik ervan door de woningcorporatie leidde tot juridische druk op eiser om de woning terug te verkopen.
De rechtbank oordeelt dat er geen causaal verband is tussen de gegevensverstrekking en de verkoop van de woning, zodat materiële schade niet wordt toegewezen. Wel is sprake van immateriële schade door verlies van controle over persoonsgegevens en het gebruik daarvan in een juridisch geschil. De gemeente wordt veroordeeld tot een beperkte vergoeding van immateriële schade. De overige vorderingen, waaronder vergoeding van buitengerechtelijke kosten, worden afgewezen.
Uitkomst: De gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van beperkte immateriële schade wegens onrechtmatige gegevensverstrekking, maar niet tot vergoeding van materiële schade.