ECLI:NL:RBDHA:2026:4244
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wegens ontbreken noodzakelijke stukken en inschrijving Kamer van Koophandel
Eiseres, een Zuid-Koreaanse nationaliteit, vroeg op 2 mei 2024 een verblijfsvergunning aan voor arbeid als zelfstandige in Nederland. De minister wees de aanvraag af omdat eiseres niet was ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en onvoldoende stukken had overgelegd om aan te tonen dat haar onderneming een wezenlijk Nederlands belang diende. Eiseres kon zich niet inschrijven in het Handelsregister omdat zij geen BSN kon verkrijgen via de BRP, maar wel via de RNI, wat zij niet had benut.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht geen advies van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) had gevraagd, omdat de aanvraag en het bezwaar onvoldoende onderbouwd waren met noodzakelijke financiële stukken en een concreet ondernemingsplan. De aanvullende stukken die eiseres in de beroepsfase overlegde, konden niet worden meegewogen omdat de toetsing plaatsvindt op het moment van aanvraag en bezwaar.
De rechtbank benadrukte dat eiseres vrij staat een nieuwe aanvraag in te dienen en dat het wenselijk is dat zij juridisch advies inwint. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de afwijzing van de aanvraag en wees het verzoek om griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige blijft in stand.