ECLI:NL:RBDHA:2026:4251

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 maart 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
NL25.19412
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hersteluitspraak inzake nadere beslistermijn in vreemdelingenzaak

De rechtbank Den Haag heeft op 2 maart 2026 een hersteluitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke vreemdelingenzaak. Deze uitspraak corrigeert een kennelijke misslag in het dictum van de eerdere uitspraak van 9 oktober 2025, waarin een onjuiste termijn was opgenomen voor het nemen van een besluit door de minister van Asiel en Migratie.

In de oorspronkelijke uitspraak was ten onrechte een uiterste beslistermijn tot 4 oktober 2025 vermeld, terwijl de rechtbank in de overwegingen een termijn van twee weken had gesteld. De hersteluitspraak stelt daarom duidelijk dat de minister binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen.

Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100 per dag op voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000. Tevens wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van de eiser tot een bedrag van € 453,50.

De uitspraak is openbaar gemaakt en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze hersteluitspraak.

Uitkomst: De rechtbank stelt een nadere beslistermijn van twee weken vast en legt een dwangsom op bij overschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.19412

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Overwegingen

Naar aanleiding van het bericht in het digitale dossier van de gemachtigde van eiser van 20 februari 2026 heeft de rechtbank vastgesteld dat haar uitspraak van 9 oktober 2025 een kennelijke misslag bevat die zich voor eenvoudig herstel leent. De fout heeft betrekking op de nadere termijn die verweerder wordt gesteld om alsnog een besluit bekend te maken op de aanvraag van eiser.
In de overwegingen wordt verweerder een nadere termijn van twee weken gesteld om alsnog een besluit op de aanvraag van eiser bekend te maken. In het dictum van de uitspraak is een termijn tot uiterlijk 4 oktober 2025 opgenomen. Dit is niet juist. De rechtbank zal daarom de beslissing als volgt aanpassen.

Beslissing

De rechtbank verbetert haar uitspraak van 9 oktober 2025 met zaaknummer NL25.19412 door in het dictum op te nemen dat de nadere beslistermijn twee weken bedraagt.
Het dictum in de uitspraak van 9 oktober 2025 komt daarmee als volgt te luiden:
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit bekend te maken met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100 verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan op 2 maart 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze hersteluitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.