Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling werd genomen. Eiser maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in tegen het besluit tot niet-ontvankelijkheid van zijn bezwaar.
De rechtbank beoordeelde het beroepschrift en constateerde dat het geen gronden bevatte, hetgeen vereist is op grond van artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank gaf eiser de mogelijkheid om binnen vier weken alsnog de gronden in te dienen, maar eiser reageerde niet op deze herstelverzuimbrief.
Omdat eiser geen verschoonbare redenen voor het niet indienen van de gronden had aangevoerd, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Hierdoor werd het bestreden besluit in stand gelaten en vond geen inhoudelijke beoordeling van het beroep plaats. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.