Eiser, een Nigeriaanse man die zich als homoseksueel presenteert, diende op 10 december 2022 een asielaanvraag in. Hij stelde dat hij in Nigeria werd vervolgd vanwege zijn seksuele gerichtheid, onder meer na een politie-inval in een hotel in 2015 waarbij hij werd opgepakt en wist te ontsnappen. De minister wees de aanvraag op 5 augustus 2025 af wegens ongeloofwaardigheid.
De rechtbank beoordeelde het beroep op 4 februari 2026 op de stukken, nadat verweerder zich had afgemeld. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig achtte. Eiser kon onvoldoende inzicht geven in zijn gevoelens, relaties en de reacties van zijn omgeving, zoals zijn ouders en leraren. Ook waren zijn verklaringen over het hotelincident ongerijmd.
De rechtbank achtte de gehanteerde werkinstructie voor geloofwaardigheid passend en vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade loopt. Het beroep op artikel 3 EVRMPro faalde. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid en onvoldoende aannemelijk gemaakte vervolgingsrisico's.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.37262
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. L.S.T.H. Ruijters),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het met die afwijzing niet eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
3. Eiser stelt dat hij is geboren op [geboortedag] 1991 en dat hij de Nigeriaanse nationaliteit heeft. Op 10 december 2022 heeft hij zijn asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 5 augustus 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
4. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
5. De rechtbank heeft partijen gewezen op hun recht om op een zitting te worden gehoord en heeft ze uitgenodigd voor een zitting op 4 februari 2026. Verweerder heeft zich op 3 februari 2026 afgemeld voor de zitting. De gemachtigde van eiser heeft vervolgens de rechtbank verzocht om de zaak op de stukken af te doen. De rechtbank heeft daarop op 3 februari 2026 bepaald dat een onderzoek ter zitting verder achterwege blijft en heeft het onderzoek op 4 februari 2026 gesloten. [1]
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
6. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij homoseksueel is en dat hij in Nigeria in de problemen is gekomen nadat hij met zijn [vriend 1] is betrapt in een hotel in [plaats 1] , waar ze een kamer hadden gehuurd. Dat was in februari 2015 bij een politie-inval. Eiser heeft verklaard dat bij de inval veel jongens zijn opgepakt. Omdat de politie niet genoeg handboeien had, zijn ze met hun kleding vastgebonden. Het is eiser gelukt om los te komen en hij is gevlucht. Hij is in een auto gestapt en heeft tegen de chauffeur gezegd dat hij zo ver mogelijk weg wilde. De man zei dat hij naar Niger zou rijden, en zo is hij in Niger terechtgekomen. Eiser heeft verklaard dat hij niet naar huis kon om het zijn moeder te vertellen. Hij wist dat hij in gevaar was en heeft besloten om door te reizen. Eiser vreest om bij terugkeer te worden opgepakt. Andere jongens met wie hij toen is gearresteerd, zitten volgens eiser nog steeds vast.
Het bestreden besluit
7. Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen als ongegrond omdat hij de gestelde problemen vanwege de seksuele gerichtheid niet geloofwaardig acht. Verweerder vindt dat eiser geen inzicht heeft gegeven in zijn gedachtegang over zijn seksuele gerichtheid en in zijn relaties. Eiser heeft volgens verweerder ook ongerijmde verklaringen afgelegd, onder meer over het incident in het hotel.
De beroepsgronden
8. Eiser heeft aangevoerd dat het voor hem niet duidelijk is of verweerder zijn gestelde homoseksuele gerichtheid wel of niet geloofwaardig acht, of dat alleen de gestelde problemen ongeloofwaardig zijn geacht. Eiser stelt verder dat verweerder de gestelde problemen ten onrechte als ongeloofwaardig heeft bestempeld. Eiser meent dat hij bij terugkeer in Nigeria een reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 vanPro het EVRM [2] . Hij is openlijk homoseksueel. Homoseksualiteit is strafbaar in Nigeria en er vindt actieve vervolging plaats. Eiser vindt dat van hem niet kan worden verwacht dat hij in Nigeria zijn geaardheid verbergt.
De asielmotieven
9. De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat uit het bestreden besluit en uit het voornemen van 30 juli 2025 niet blijkt of verweerder de gestelde homoseksuele geaardheid geloofwaardig heeft geacht. Uit de motivering van het voornemen en van het bestreden besluit blijkt duidelijk dat verweerder de gestelde homoseksuele gerichtheid niet geloofwaardig vindt. Zo heeft verweerder – bijvoorbeeld – overwogen dat eiser niet erin is geslaagd om inzicht te geven in zijn gevoelens en gedachten over de omstandigheid dat binnen zijn religie homoseksuele gerichtheid niet wordt geaccepteerd en hoe zijn ouders op de verdenking van zijn homoseksuele gerichtheid hebben gereageerd. Verweerder heeft ook overwogen dat eiser geen inzicht heeft kunnen geven in de homoseksuele relaties die hij stelt te hebben of hebben gehad.
10. Verweerder heeft in het bestreden besluit toegelicht dat hij de homoseksuele gerichtheid niet als apart asielmotief heeft benoemd, omdat homoseksuele gerichtheid alleen niet voldoende is voor vluchtelingschap en dus ook niet kan leiden tot internationale bescherming. Verweerder heeft daarbij opgemerkt dat alleen aan de hand van de individuele omstandigheden kan worden beoordeeld of een vreemdeling voor vervolging te vrezen heeft.
11. Verweerder heeft dus de gestelde homoseksuele gerichtheid én de gestelde daaruit voortgevloeide problemen ongeloofwaardig geacht. Dat verweerder de homoseksuele gerichtheid niet als apart asielmotief heeft benoemd, maakt niet dat de beoordeling onzorgvuldig is geweest en het bestreden besluit ondeugdelijk is gemotiveerd.
Het beoordelingskader
12. Voor de beoordeling van asielaanvragen waarbij seksuele geaardheid als asielmotief wordt aangevoerd, hanteert verweerder WI [3] 2019/17. In het kader van het onderzoek naar de geloofwaardigheid van de gestelde geaardheid worden onder meer vragen gesteld over een aantal vaste thema’s: het privéleven van de vreemdeling, huidige en voorgaande relaties, contacten in het land van herkomst en contact met of kennis van lhbti-groepen in het land van herkomst, contact met lhbti’s in Nederland en kennis van de Nederlandse situatie, en discriminatie, repressie en vervolging in het land van herkomst. In het algemeen ligt het zwaartepunt op de antwoorden op vragen over de eigen ervaringen en persoonlijke beleving van de vreemdeling met betrekking tot zijn seksuele geaardheid, wat dit voor hem en zijn omgeving heeft betekend, wat de situatie is voor personen met die geaardheid in het land van herkomst en hoe diens ervaringen in het algemeen beeld passen. Dit geldt temeer als een vreemdeling afkomstig is uit een land waar een lhbti-geaardheid maatschappelijk onacceptabel of strafbaar gesteld is. De rechtbank acht deze wijze van beoordeling aanvaardbaar. De rechtbank beoordeelt, enigszins terughoudend, of verweerder de gestelde seksuele gerichtheid ongeloofwaardig kon vinden.
Relaties
13. Eiser heeft bij het nader gehoor verklaard over homoseksuele relaties die hij in Nigeria heeft gehad: over [persoon] , tot wie hij zich aangetrokken voelde op de basisschool toen hij ongeveer 12 jaar oud was, over [vriend 1] die hij leerde kennen toen hij ongeveer 16 jaar oud was en met wie hij een paar jaar een relatie heeft gehad en over een andere [vriend 2] die hij leerde kennen op zijn werk in [plaats 1] . Ook heeft eiser verklaard over [vriend 3] , een man die hij bij een vergadering van [organisatie] in [plaats 2] heeft ontmoet in 2023 en met wie hij een relatie heeft.
14. Met betrekking tot de relatie met [persoon] heeft eiser verklaard over de reactie van zijn ouders op de verdenking van zijn homoseksuele gerichtheid. Eiser heeft verklaard dat het zijn ouders opviel dat hij alleen met jongens omging en dat het daarbij vooral ging om de manier waarop hij met jongens omging. Op de vraag waarom het gedrag zo opvallend was heeft eiser geantwoord dat sommige leraren op de basisschool zijn ouders kenden en dan aan zijn ouders vertelden dat hij op een verdachte manier met jongens omging. Eisers vader sloeg hem dan als hij thuiskwam en zei dat hij op moest passen. Eiser en [persoon] hebben toen afgesproken om elkaar alleen nog maar op school te zien. [4]
15. De rechtbank overweegt dat verweerder ongerijmd heeft mogen vinden dat eiser, ondanks dat hij wist dat zijn ouders door leraren werden ingelicht over verdacht gedrag op school, hij school toch als een veilige plek beschouwde om met [persoon] af te spreken. Verweerder heeft ook niet ten onrechte overwogen dat eiser niet heeft kunnen uitleggen wat de leraren dan aan het gedrag van hem en [persoon] zagen, of waarom zijn ouders bleven zeggen dat hij niet met jongens moest omgaan. Dat eiser op dat moment een twaalfjarige jongen was, maakt dat niet anders. Eiser is inmiddels volwassen en van hem mag wordt verwacht dat hij, terugkijkend op zijn basisschooltijd, meer inzichtelijk hierover kan verklaren.
16. Verweerder heeft ook voldoende gemotiveerd waarom hij vindt dat eiser ook niet inzichtelijk heeft verklaard over zijn relatie met de twee [vrienden] en met [vriend 3] . Verweerder heeft niet ten onrechte overwogen dat eiser in zijn verklaringen is blijven steken in algemeenheden. Met betrekking tot de relatie met de eerste [vriend 1] op de middelbare school heeft verweerder bijvoorbeeld niet ten onrechte opgemerkt dat eiser heeft laten zien dat hij zijn gevoelens kan beschrijven toen het om [vriend 1] karakter ging. Hij heeft daarbij verklaard dat zij veel dingen ondernamen met elkaar en veel met elkaar praatten, maar bleef oppervlakkig in zijn verklaring over welke dingen zij met elkaar bespraken. Over de relatie met de tweede [vriend 2] in [plaats 1] en de huidige relatie met [vriend 3] heeft verweerder niet ten onrechte overwogen dat eiser maar weinig heeft kunnen verklaren over hun privéleven, terwijl dit serieuze relaties zijn/zijn geweest. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat van iemand, die al een tijd een relatie heeft, mag worden verwacht dat hij inzicht kan geven in details over het privéleven van diegene of in de gesprekken die hij met diegene voert.
17. Over het incident in het hotel in [plaats 1] heeft eiser verklaard dat hij met [vriend 1] in bed lag toen de politie de kamer binnenviel. Ze zijn toen meegenomen naar buiten. Er waren heel veel mensen aangehouden. Verweerder heeft zich voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat het ongerijmd is dat eiser precies heeft kunnen benoemen hoeveel politieagenten er waren, maar geen inschatting heeft kunnen maken [5] hoeveel mensen er zijn aangehouden. Verweerder heeft het ook bevreemdend mogen vinden dat eiser enerzijds heeft verklaard dat hij al langere tijd een relatie had met [vriend 1] en veel gesprekken met hem voerde, en anderzijds dat hij is gevlucht zonder om te kijken naar of hulp te bieden aan [vriend 1] , die niet aan de politie kon ontkomen omdat hij mank liep.
18. Verweerder heeft dus niet ten onrechte geconcludeerd dat eiser de gestelde problemen vanwege zijn seksuele gerichtheid niet aannemelijk heeft gemaakt.
19. Over de verklaringen van [organisatie] en van [vriend 3] heeft verweerder in het bestreden besluit terecht overwogen dat deze niet doorslaggevend kunnen bijdragen aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas.
20. Het beroep op artikel 3 vanPro het EVRM slaagt niet. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar Nigeria een reëel risico loopt op ernstige schade. De overgelegde verklaring van [organisatie] [locatie] en foto’s van een lhbti-evenement waarop hij is te zien, bieden onvoldoende onderbouwing van eisers gestelde groei in zijn homoseksuele identiteit.
Conclusie en gevolgen
21. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond.
22. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 3 maart 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Uitspraak bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Voetnoten
1.Artikel 8:57 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
2.Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden
3.Werkinstructie
4.rapport nader gehoor, p. 20
5.op de vraag van de hoormedewerker of dat er 10, 20 of meer waren