In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, wordt het beroep van eiser behandeld dat op 18 september 2025 is ingediend. Eiser heeft beroep ingesteld omdat de minister van Asiel en Migratie niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag, ingediend op 8 november 2023. Eiser heeft eerder, op 15 juli 2025, ook al beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen. De rechtbank heeft op 16 december 2025 het beroep van 15 juli 2025 gegrond verklaard en de minister opgedragen om binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, tot een maximum van € 15.000,-.
In deze uitspraak wordt het beroep van 18 september 2025 beoordeeld. De rechtbank oordeelt dat eiser geen procesbelang meer heeft bij de beoordeling van dit beroep, aangezien er al een eerdere uitspraak is gedaan op het beroep van 15 juli 2025. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, in aanwezigheid van griffier K.D.M. Nijholt, en is openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.