Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 maart 2026 in de zaak tussen
[verzoekster], te [woonplaats], verzoekster
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, het college
[derde-partij], te [woonplaats] (vergunninghouder).
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Uit de stukken blijkt verder dat de lariks op ruime afstand van de tweestammige den staat. In de vergunningaanvraag is toegelicht dat een hovenier zou hebben medegedeeld dat de lariks het vellen van de tweestammige den niet zou overleven, maar de groenbeheerder heeft deze verwachting van de hovenier ter zitting weersproken. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter moet het er dan ook voor worden gehouden dat het eventuele vellen van de tweestammige den, niet noodzaakt tot het eveneens vellen van de lariks. Dat betekent dat het college ten aanzien van de lariks – net als ten aanzien van de tweestammige den – inzichtelijk dient te maken welke belangen zijn meegewogen en waarom aan die belangen meer gewicht is toegekend dan aan het belang bij behoud van deze boom. Deze belangenafweging ontbreekt in het bestreden besluit. Ook ten aanzien van de lariks moet daarom naar voorlopig oordeel worden betwijfeld of het bestreden besluit zonder aanvulling van de motivering in de bodemprocedure in stand zal blijven.