Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 maart 2026 op het verzet van
het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
kennelijkeonbevoegdheid. De rechtsvragen zijn nieuw en complex, en vereisen een inhoudelijke beoordeling. Ook heeft de rechtbank onvoldoende gemotiveerd waarom er geen sprake is van een besluit of appellabele voorbereidingshandeling. Verder heeft de rechtbank de rechtsgevolgen van de terinzagelegging en de vaststelling van de plan-MER-reikwijdte niet onderzocht. Zij miskent daarmee de onmiddellijke en onomkeerbare gevolgen van de rechtspositie van opposanten. Door de uitspraak worden opposanten van rechtsbescherming afgesneden, terwijl een terughoudende toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb geboden is, gelet op artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM).