Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
€233,50 te willen vergoeden.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Nadat het beroep was ingediend, heeft de minister alsnog een besluit genomen. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank constateert dat de minister pas na het indienen van het beroep een besluit heeft genomen, waardoor de minister aan verzoeker tegemoet is gekomen. Daarom dient de minister de proceskosten te vergoeden.
De minister heeft aangegeven bereid te zijn de proceskosten tot een bedrag van €233,50 te vergoeden. De rechtbank stelt een wegingsfactor van 0,25 vast, omdat de werkzaamheden voor een opvolgend beroep wegens niet tijdig beslissen doorgaans beperkter zijn dan voor een eerste beroep.
De rechtbank wijst het verzoek toe en veroordeelt de minister tot betaling van €233,50 aan proceskosten aan verzoeker.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van €233,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.