ECLI:NL:RBDHA:2026:4388
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep visum kort verblijf wegens verblijfsvergunning Duitsland
Eiseres, een Turkse nationaliteit houdende advocaat, heeft een visum kort verblijf aangevraagd voor familie- en vriendenbezoek in Nederland. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van het doel van het verblijf en twijfel over het voornemen om Nederland tijdig te verlaten.
Eiseres voerde aan dat zij voldoende banden met Turkije heeft en dat zij eerder een visum had gekregen waarbij zij tijdig terugkeerde. Ook stelde zij dat de afwijzing in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Tijdens de procedure bleek dat eiseres in januari 2025 een verblijfsvergunning in Duitsland heeft gekregen, waarmee zij zonder visum naar Nederland kan reizen.
De rechtbank oordeelde dat het procesbelang van eiseres is komen te vervallen omdat het doel van het visum niet meer bestaat. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij de vordering af. Eiseres krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.