ECLI:NL:RBDHA:2026:4390
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning bij stiefvader wegens niet voldoen aan MVV-vereiste ondanks privé- en gezinsleven
Eiseres, geboren in 2003 en van Filipijnse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning voor verblijf bij haar stiefvader in Nederland. Haar eerdere verblijfsvergunning werd met terugwerkende kracht ingetrokken nadat de arbeidsovereenkomst van haar stiefvader eindigde. De aanvraag van 6 maart 2024 werd afgewezen omdat zij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet in aanmerking kwam voor een vrijstelling van dit vereiste.
De rechtbank oordeelt dat hoewel eiseres een privé- en gezinsleven in Nederland heeft, dit niet leidt tot een vrijstelling van het mvv-vereiste. De belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro valt in haar nadeel uit, mede omdat zij banden heeft met de Filipijnen en niet aannemelijk heeft gemaakt dat terugkeer tijdelijk onmogelijk is. De aanvullende gronden van bezwaar die op dezelfde dag als het besluit werden ingediend, zijn niet betrokken in de besluitvorming.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de belangen van eiseres voldoende heeft meegewogen en gemotiveerd waarom het mvv-vereiste gehandhaafd blijft. Ook is het horen van eiseres in bezwaar terecht achterwege gebleven. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiseres krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.