Partijen zijn gehuwd in 2010 in gemeenschap van goederen en zijn sinds 2017 gescheiden gaan wonen. De man verzoekt partneralimentatie en een verdeling van de huwelijksgemeenschap, waaronder woningen, bankrekeningen, auto's en een correctie op zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering.
De rechtbank oordeelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en wijst het verzoek tot partneralimentatie af omdat de man onvoldoende behoeftigheid heeft aangetoond en partijen al lang gescheiden leven zonder gezamenlijke huishouding. De rechtbank stelt de verdeling van de huwelijksgemeenschap vast volgens de wettelijke regels, waarbij de woningen worden toegedeeld aan elk een partij met verrekening van de overwaarde, bankrekeningen worden verdeeld, de Citroën aan de vrouw wordt toegekend met verrekening aan de man, en de correctie op de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt verdeeld.
De rechtbank verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, draagt iedere partij de eigen proceskosten en wijst het meer of anders verzochte af. De uitspraak is gedaan op 3 februari 2026 door rechter C. de Jong-Kwestro.