Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
2.De beoordeling
.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 23 januari 2026 de echtscheiding uitgesproken tussen partijen, gehuwd in 2015 te Turkije. De vrouw had verzocht tot echtscheiding wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk, hetgeen door de man niet werd weersproken. De Nederlandse rechter is bevoegd omdat de gewone verblijfplaats van partijen in Nederland is.
De rechtbank bepaalde dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen bij de vrouw zal zijn en stelde een zorgregeling vast waarbij de kinderen ieder weekend bij de man verblijven en vakanties en feestdagen in onderling overleg worden verdeeld. Tevens werd het huurrecht van de woning aan de vrouw toegekend.
De man is verplicht tot betaling van een kinderbijdrage van €750 per maand per kind en een partnerbijdrage van €700 per maand, beiden met ingang van 1 oktober 2025. De verdeling van de huwelijksgemeenschap werd vastgesteld conform het verzoek van de vrouw, waarbij onder meer de inboedel aan de vrouw en het aandeel in de vennootschap aan de man werden toegedeeld.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding. Tegen de beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken met toewijzing van nevenvoorzieningen en verdeling huwelijksgemeenschap conform verzoek vrouw.