ECLI:NL:RBDHA:2026:4487

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
6 maart 2026
Zaaknummer
C/09/693973 / KG ZA 25-1073
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herstel van zorgregeling in kort geding

In deze zaak verzocht de vrouw om verbetering van het vonnis van 3 december 2025, waarin een zorgregeling was opgenomen die volgens haar niet aansloot bij de tussen partijen bestaande regeling. De vrouw stelde dat sprake was van een kennelijke verschrijving omdat de voorzieningenrechter had overwogen de eerder bestaande zorgregeling vast te leggen.

De man verzocht het verzoek af te wijzen en stelde dat het verzoek niet gericht was op herstel van een kennelijke fout, maar op een inhoudelijke herbeoordeling van het geschil. Hij benadrukte dat partijen een verschil van mening hadden over de zorgregeling en dat de voorzieningenrechter beoordelingsvrijheid had.

De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van een kennelijke fout die eenvoudig te herstellen was. De overweging in het vonnis was bedoeld om de afspraak tot birdnesting vast te leggen en de tijdelijke omgangsregeling was gebaseerd op het belang van de kinderen en de in de zitting naar voren gebrachte standpunten.

Daarom werd het verzoek tot verbetering van het vonnis geweigerd.

Uitkomst: Het verzoek tot verbetering van het vonnis van 3 december 2025 wordt afgewezen wegens het ontbreken van een kennelijke fout.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter
Zaak- / rolnummer: C/09/693973 / KG ZA 25-1073
Bijlage bij het vonnis van 3 december 2025 , gewezen op 23 januari 2026
in de zaak van
[de vrouw]te [woonplaats] ,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. G.A. Nandoe Tewarie te ’s-Gravenhage,
tegen:
[de man]te [woonplaats] ,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
advocaat mr. te mr. R.P.A. Meghoe te Rijswijk.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de vrouw’ en ‘de man’.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het bericht van 16 december 2025 namens de vrouw;
- het bericht van 31 december 2025 namens de man.

2.De beoordeling

2.1.
In het bericht van 16 december 2025 wordt door de vrouw verzocht om verbetering van het op 3 december 2025 in deze zaak gewezen vonnis. In het vonnis is volgens de vrouw een zorgregeling opgenomen, inhoudende een week-op-week-af regeling, welke niet aansluit bij de tussen partijen bestaande regeling. Nu de voorzieningenrechter in het vonnis heeft overwogen de eerder tussen partijen bestaande zorgregeling te zullen vastleggen stelt de vrouw dat er sprake is van een kennelijke verschrijving.
2.2.
De wederpartij is in de gelegenheid gesteld te reageren op voormeld verzoek. Bij bericht van 31 december 2025 stelt de man dat het verzoek van de vrouw dient te worden afgewezen, nu het niet strekt tot herstel van een kennelijke fout, maar tot een inhoudelijke herbeoordeling van het geschil. Volgens de man miskent de vrouw dat tussen partijen een verschil van mening bestond over de bestaande regeling. De man heeft in de procedure ook expliciet naar voren gebracht dat hij een week-op-week-af regeling als definitieve zorgregeling voor ogen heeft. Bovendien is de man van mening dat de voorzieningenrechter de nodige beoordelingsvrijheid heeft en niet strikt is gebonden aan de grenzen van de ingediende vordering.
2.3.
Op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) verbetert de rechter te allen tijde op verzoek van een partij of ambtshalve in zijn beschikking een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent.
2.4.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat in het vonnis van 3 december 2025 geen sprake is van een kennelijke, ook voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare fout, die tot verbetering op de voet van artikel 31 Rv Pro zou nopen. Immers, met overweging 4.10 van het vonnis waarbij de voorzieningenrechter heeft aangegeven de bestaande regeling te zullen vastleggen is bedoeld de afspraak tot birdnesting vast te leggen. Bij de tijdelijke omgangsregeling is aanknoping gezocht bij hetgeen de man op de zitting naar voren heeft gebracht en het belang van de kinderen. Bovendien heeft de voorzieningenrechter met het oog op dat belang de nodige beoordelingsvrijheid. Van een kennelijke schrijffout of andere kennelijk fout die zich voor eenvoudig herstel leent is dan ook geen sprake.
2.5.
De rechtbank zal daarom de door de vrouw verzochte verbetering weigeren.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter:
weigert de verzochte verbetering van het vonnis van 3 december 2025.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.P. de Klerk en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2026.
AFL