ECLI:NL:RBDHA:2026:4487
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herstel van zorgregeling in kort geding
In deze zaak verzocht de vrouw om verbetering van het vonnis van 3 december 2025, waarin een zorgregeling was opgenomen die volgens haar niet aansloot bij de tussen partijen bestaande regeling. De vrouw stelde dat sprake was van een kennelijke verschrijving omdat de voorzieningenrechter had overwogen de eerder bestaande zorgregeling vast te leggen.
De man verzocht het verzoek af te wijzen en stelde dat het verzoek niet gericht was op herstel van een kennelijke fout, maar op een inhoudelijke herbeoordeling van het geschil. Hij benadrukte dat partijen een verschil van mening hadden over de zorgregeling en dat de voorzieningenrechter beoordelingsvrijheid had.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van een kennelijke fout die eenvoudig te herstellen was. De overweging in het vonnis was bedoeld om de afspraak tot birdnesting vast te leggen en de tijdelijke omgangsregeling was gebaseerd op het belang van de kinderen en de in de zitting naar voren gebrachte standpunten.
Daarom werd het verzoek tot verbetering van het vonnis geweigerd.
Uitkomst: Het verzoek tot verbetering van het vonnis van 3 december 2025 wordt afgewezen wegens het ontbreken van een kennelijke fout.