1.3.In het proces-verbaal van de schorsing van het onderzoek op de zitting van
12 februari 2026 is het volgende opgenomen:
“Aan het einde van de zitting heeft eiser de rechtbank gewraakt omdat de rechtbank weigert op voorhand toe te zeggen dat de drie volgens eiser relevante en essentiële feiten, genoemd onder punt 3
van de door eiser tijdens de zitting overlegde zittingsaantekeningen, in de feitenvaststelling (en dus niet als beleving van eiser) van de uitspaak van de rechtbank worden opgenomen.
Nu eiser al op 2 november jl. en 31 januari jl. melding had gemaakt van deze eis, had de rechtbank zich hierop kunnen voorbereiden en mocht de rechtbank zich volgens eiser niet verschuilen achter het standpunt dat hierover op dit moment geen uitspraak kon worden gedaan en dat de rechtbank hierover na moest denken. Gelet hierop wordt de zaak niet verder inhoudelijk op deze zitting behandeld. Eiser heeft aangekondigd zelf nog een wrakingsverzoek aan de rechtbank te sturen.”
In het op 13 februari 2026 door verzoekers gestuurde wrakingsverzoek staat, voor zover van belang, het volgende:
“2. Zoals eveneens ter zitting aangegeven worden we gedwongen de rechter te wraken als deze niet wil toezeggen dat de drie door ons essentieel en relevant geachte feiten volledig naar waarheid zullen worden vermeld in het openbaar gemotiveerde vonnis.
3.
3. Wij gaven de rechter ruim de tijd om zich voor te bereiden door deze eis al op3 november 2025, ruim drie maanden geleden kenbaar te maken. We hebben 31 januari 2026 nogmaals gewezen op het belang van deze eis en een toelichting gestuurd (bijlage 14) waarin we uitleggen waarom het hier niet om onze beleving, frustratie, fantasie, gevoel, zwakzinnigheid of mening gaat, maar om een uiterst opmerkelijke en daarmee relevante feitelijke grondslag voor onze rechtsvraag. We hebben nogmaals gemotiveerd waarom deze feiten essentieel en relevant zijn.
7. Ik wil benadrukken dat ik tijdens de mondelinge behandeling nergens de beleving kreeg dat deze rechter partijdig was. Sterker nog, ik had het gevoel dat ik gehoord werd. Ik merkte dat de rechter de stukken kende en zij stelde beide procespartijen, ook de AP, kritische vragen. Ik zou haar voor mijn gevoel bij wijze van spreken mijn pincode geven, maar mijn vertrouwen in Haagse rechters is in de loop van dertien jaar zo beschadigd. Ik ga alleen uit van feiten.
8. (…). Dus hebben we aan mr. Timmer uitgelegd dat ons niets anders rest dan deze eis vooraf stellen en iedere rechter te wraken die de feiten partijdig buiten beeld wil werken.
9. Helaas bleef de rechter weigeren en wilde deze drie feiten opnieuw buiten beeld kunnen werken als ze wilde. Na het sluiten van het onderzoek kunnen wij ons echter niet meer verdedigen tegen zulke partijdige Haagse rechtspraak waarin loyaliteit naar de bewoners van het Haagse Paleis van Justitie boven de integriteit van onze rechtspraak staat. Dus moeten we wraken.
10. De weigering van mr. Schipper levert de objectieve vrees dat wij opnieuw onderuit gehaald worden als gestoorde querulanten die zestien jaar druk zouden zijn met een scheiding waarvan de Staat slachtoffer zou zijn (het vaste narratief). We moeten vrezen dat mr. Timmer uiteindelijk toch loyaal zal zijn aan de druk van collega’s en mee zal werken aan het jarenlang verzwijgen en spindoctoren van de gevoelige politieke en bestuurlijke belangen.
11. Voor een wrakingsverzoek hoeven wij niet te bewijzen dat zij dit partijdige gedrag zal voortzetten, maar slechts dat zij de schijn heeft gewekt dat ze dat zal kunnen gaan doen. Niet is in te zien dat drie maanden voorbereidingstijd onvoldoende was om na te denken over onze eis en ermee in te stemmen domweg omdat de waarheidsplicht essentieel is voor onpartijdige en integere rechtspraak.”