ECLI:NL:RBDHA:2026:4508
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over dwangsommen bij zorgregeling minderjarige
Partijen, ouders van een minderjarige, zijn het oneens over de executie van dwangsommen die zijn opgelegd wegens het niet naleven van een zorgregeling. De zorgregeling was bij beschikking van 4 februari 2025 vastgesteld, met dwangsommen van €100 per dag bij niet-naleving.
De moeder vordert dat de vader de executie van de dwangsommen staakt en reeds geïncasseerde bedragen terugbetaalt, omdat zij meent dat zij zich aan de regeling heeft gehouden of dat sprake was van overmacht, zoals tijdens een vakantie op Gran Canaria waarbij zij en de minderjarige ziek waren.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vader terecht aanspraak maakte op dwangsommen voor 13 juni 2025 en de periode 3 tot en met 5 oktober 2025, omdat de moeder toen niet aan de zorgregeling voldeed. Voor de periodes 23 tot en met 25 augustus 2025 en 31 oktober tot en met 4 november 2025 worden geen dwangsommen toegewezen vanwege onduidelijkheid en overmacht.
De vader wordt bevolen de invordering van dwangsommen over deze laatste periodes te staken en eventueel geïncasseerde bedragen terug te betalen. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de vader de invordering van dwangsommen over bepaalde periodes te staken en reeds geïncasseerde bedragen terug te betalen, terwijl andere dwangsommen terecht zijn opgelegd.