ECLI:NL:RBDHA:2026:4510

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
6 maart 2026
Zaaknummer
C/09/682435 - FA RK 25-2239
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • R.S. Matthijssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253c BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning gezamenlijk gezag en aanhechting ouderschapsplan over minderjarige

De vader verzoekt de rechtbank om gezamenlijk gezag toe te kennen over hun minderjarige kind, aangezien de moeder het gezag tot dan toe alleen uitoefent. De moeder stemt niet vrijwillig in vanwege emotionele redenen, maar ziet geen juridische belemmeringen. De rechtbank overweegt dat gezamenlijk gezag het uitgangspunt is en dat er geen onaanvaardbare risico's zijn voor het kind.

De ouders hebben een constructieve communicatie en overlegstructuur, mede ondersteund door de zus van de vader, en hebben een ouderschapsplan opgesteld dat zij in de praktijk naleven. De vader is actief betrokken bij de verzorging, opvoeding, schoolactiviteiten en medische zorg van het kind.

De rechtbank wijst het verzoek toe en bepaalt dat het gezag voortaan gezamenlijk wordt uitgeoefend. Tevens wordt het ouderschapsplan, ondertekend op 14 februari 2025, aan de beschikking gehecht. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en is op 26 februari 2026 uitgesproken door de kinderrechter.

Uitkomst: De rechtbank kent gezamenlijk gezag toe aan vader en moeder en hecht het ouderschapsplan aan de beschikking.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-2239
Zaaknummer: C/09/682435
Datum beschikking: 26 februari 2026

Gezag en opname ouderschapsplan

Beschikking op het op 26 maart 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.A.G. Balkenende in Katwijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L. Rijsdam in Leiden.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, inclusief bijlagen, namens de vader;
  • de brief van 2 december 2025, inclusief bijlage, namens de vader;
  • de brief van 13 januari 2026, inclusief bijlagen, namens de vader.
Op 29 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
De minderjarige [minderjarige] heeft haar mening over de verzoeken gegeven in een gesprek met de rechter.

Feiten

  • De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad.
  • Zij zijn de ouders van het volgende nu nog minderjarige kind:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats].
  • De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige] belast.
  • De vader heeft [minderjarige] erkend.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt:
  • de vader en de moeder gezamenlijk te belasten met het gezag over [minderjarige];
  • te verstaan dat de ouders afspraken hebben gemaakt over gewichtige aangelegenheden betreffende [minderjarige], te verstaan dat die afspraken zijn vastgelegd in het getekende ouderschapsplan van 14 februari 2025 en dat ouderschapsplan aan de te nemen beschikking te hechten;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder heeft op de zitting mondeling verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Gezag
Uit artikel 1:253c lid 1 en 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat de tot het gezag bevoegde vader van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de rechtbank kan verzoeken de ouders gezamenlijk met het gezag te belasten. Dit verzoek wordt, indien de andere ouder hiermee niet instemt, slechts afgewezen indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
De vader stelt dat de moeder ten onrechte haar medewerking niet verleent aan het vestigen van gezamenlijk gezag. Er is niet gebleken van weigeringsgronden. De ouders zijn in staat gebleken om constructief met elkaar te overleggen en een ouderschapsplan op te stellen. De vader heeft bovendien een grote rol in het leven van [minderjarige]. Er is een uitgebreide zorgregeling en de vader is actief betrokken bij buitenschoolse activiteiten en medische zorg voor [minderjarige].
Namens de moeder is ter zitting naar voren gebracht dat de moeder geen juridische belemmeringen ziet voor het gezamenlijke gezag, maar het door gebeurtenissen in het verleden voor haar emotioneel lastig is om zelf toestemming voor het gezamenlijk gezag te geven. Daarom vraagt zij om een rechterlijke beslissing.
De rechtbank is van oordeel dat er voldoende grond bestaat om de vader mede met gezag over [minderjarige] te belasten. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. Het uitgangspunt van de wetgever is dat gezamenlijk gezag in het belang van het kind is. Slechts in uitzonderingsgevallen mag worden aangenomen dat het belang van een kind vereist dat slechts één van de ouders met het gezag belast is. Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is gebleken dat de vader nauw betrokken is bij het leven van [minderjarige], zowel bij haar verzorging en opvoeding als bij school(-activiteiten), zwemlessen en bij medische aangelegenheden. De ouders zien zelf ook geen contra-indicaties voor gezamenlijk gezag. Het is de rechtbank bovendien gebleken dat de ouders een constructieve manier hebben gevonden om met elkaar te overleggen, met behulp van de zus van de vader, en dat zij er beiden vertrouwen in hebben dat dit een duurzame manier van communicatie is die hen in staat stelt om in de toekomst gezamenlijk beslissingen over [minderjarige] te nemen. De rechtbank acht de ouders daar ook toe in staat. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vader toewijzen en bepalen dat de ouders voortaan gezamenlijk het gezag over [minderjarige] uitoefenen.
Aanhechten ouderschapsplan
De vader verzoekt het ouderschapsplan, dat op 14 februari 2025 door beide ouders is ondertekend, aan te hechten aan de te nemen beschikking. Op de zitting is gebleken dat de moeder geen bezwaar heeft tegen aanhechting van het ouderschapsplan en dat de ouders in de praktijk al uitvoering geven aan de in het ouderschapsplan gemaakte afspraken. Nu beide ouders het eens zijn over het aanhechten van het ouderschapsplan en de rechtbank dit ook in het belang van [minderjarige] acht, zal de rechtbank dit verzoek toewijzen.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat voortaan aan de vader en de moeder gezamenlijk het gezag zal toekomen over de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats];
*
neemt op de door de ouders getroffen onderlinge regelingen, zoals neergelegd in het (in kopie) aan deze beschikking gehechte ouderschapsplan;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.S. Matthijssen, kinderrechter, bijgestaan door
mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 26 februari 2026.