Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
2.De feiten
.
Rechtbank Den Haag
Partijen sloten op 14 november 2024 een koopovereenkomst voor een woning. Koper stelde niet tijdig zekerheid door middel van een bankgarantie of waarborgsom en werkte niet tijdig mee aan de overdracht. Verkoper stelde koper meerdere malen in gebreke en ontbond uiteindelijk de overeenkomst op grond van deze tekortkomingen.
Koper voerde verweer door te stellen dat de koopovereenkomst vernietigd moest worden wegens dwaling, omdat hij niet was geïnformeerd over een beslag op het huis. De rechtbank oordeelde dat koper niet aannemelijk had gemaakt dat het beslag voor hem van beslissende betekenis was en dat verkoper niet tekort was geschoten in zijn mededelingsplicht. Het beroep op dwaling werd daarom verworpen.
Koper verzocht tevens om matiging van de boete wegens een vermeende wanverhouding en schuld van verkoper aan de vertraging. De rechtbank oordeelde dat de boete niet buitensporig was en dat verkoper geen schuld had aan de tekortkomingen van koper. De ontbinding en boete werden bevestigd, terwijl de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens niet-naleving van wettelijke vereisten.
De proceskosten werden toegewezen aan verkoper, en de veroordelingen werden uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De voorwaardelijke tegenvordering van koper werd ingetrokken, waardoor daarop niet meer werd beslist.
Uitkomst: De koopovereenkomst is ontbonden en koper is veroordeeld tot betaling van een boete van 10% van de koopsom.