ECLI:NL:RBDHA:2026:4530
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens gebrek aan gegronde vrees voor vervolging
Eiseres heeft op 18 december 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft deze aanvraag op 27 november 2025 afgewezen als ongegrond. Eiseres stelde dat haar man vanaf oktober 2023 telefonische doodsbedreigingen ontving van de regering, gericht op haar gezin, en vreesde voor haar leven en dat van haar gezin.
De rechtbank heeft het beroep op 24 februari 2026 behandeld, waarbij ook de echtgenoot en zoon van eiseres aanwezig waren. De rechtbank overweegt dat het relaas van eiseres afhankelijk is van dat van haar man, die zelf geen geloofwaardige bedreigingen kon aantonen. Daarom is ook voor eiseres geen gegronde vrees voor vervolging vastgesteld.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter A. Sibma en griffier D.G. van den Berg en is openbaar gemaakt op 6 maart 2026. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan gegronde vrees voor vervolging.