ECLI:NL:RBDHA:2026:454

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
NL25.23035
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag op basis van ongeloofwaardige familieproblemen in Congo

In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedateerd 13 januari 2026, wordt de afwijzing van de asielaanvraag van eiser, een Congolese nationaliteit, behandeld. Eiser heeft op 2 mei 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister van Asiel en Migratie op 16 juni 2023 als ongegrond is afgewezen. Eiser is het niet eens met deze afwijzing en heeft beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 22 december 2025 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde aanwezig waren, evenals een tolk en de gemachtigde van de minister.

De rechtbank oordeelt dat de door eiser gestelde problemen van zijn familie in Congo niet geloofwaardig zijn. Eiser heeft verklaard dat zijn vader is vermoord vanwege zijn werk voor de Congolese inlichtingendienst, maar de rechtbank vindt dat hij onvoldoende bewijs heeft geleverd om deze claim te onderbouwen. De rechtbank wijst erop dat eiser geen asiel heeft aangevraagd in Oekraïne, waar hij eerder verbleef, en dat dit afbreuk doet aan zijn gestelde vrees voor terugkeer naar Congo. De rechtbank concludeert dat de minister de aanvraag op goede gronden heeft afgewezen en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten.

De uitspraak benadrukt het belang van geloofwaardigheid in asielzaken en de verplichting van de aanvrager om voldoende bewijs te leveren voor zijn claims. De rechtbank heeft de minister in zijn standpunt gesteund dat er meer van eiser verwacht mocht worden in zijn verklaringen over de dood van zijn vader en de situatie van zijn familie in Congo.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.23035

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser, geboren op [geboortedatum] ,van Congolese nationaliteit,V-nummer: [nummer] ,

(gemachtigde: mr. T. Bruinsma),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: H.R. Nobel).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven, omdat de door eiser gestelde problemen van zijn familie in Congo niet geloofwaardig zijn. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 2 mei 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het besluit van 16 juni 2023 de aanvraag afgewezen als ongegrond.
2.1.
Deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle, heeft het eisers beroep tegen dat besluit op 18 december 2023 gegrond verklaard en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen. [1] De rechtbank heeft geoordeeld dat er een aanvullend nader gehoor moet plaatsvinden, omdat de minister volgens de rechtbank niet voldoende heeft doorgevraagd over de dood van eisers vader en de gevolgen daarvan voor eiser. Ook heeft de minister onvoldoende gemotiveerd waarom het niet indienen van een asielverzoek in Oekraïne afdoet aan de geloofwaardigheid van eisers verklaringen.
2.2.
De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 23 april 2025 opnieuw afgewezen. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 22 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
3. Eiser is in 2011 vanuit Congo naar Oekraïne vertrokken om te studeren. Om die reden had hij in Oekraïne een verblijfsvergunning. Zijn familie stuurde hem geld voor de studie en levensonderhoud. In 2015 is zijn vader overleden. Eisers moeder heeft hem verteld dat zijn vader is gedood vanwege zijn werk voor de Congolese inlichtingendienst. Eiser kreeg toen geen geld meer opgestuurd en kon zijn studie niet meer betalen. Hij moest stoppen met de studie en verbleef vanaf dat moment illegaal in Oekraïne. Toen de oorlog daar uitbrak is hij naar Nederland gevlucht. Eiser stelt niet terug te kunnen naar Congo, omdat hij daar gevaar loopt als zoon van zijn vader en vanwege de politieke situatie. Ook kan hij al lange tijd geen contact meer krijgen met zijn familie. Hij vreest dat hen hetzelfde is overkomen als zijn vader.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
1. Identiteit, nationaliteit, herkomst;
2. Problemen van de familie in Congo.
De minister vindt eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. De problemen van eisers familie in Congo vindt de minister niet geloofwaardig. Eisers verklaringen hierover vormen volgens de minister geen samenhangend en aannemelijk geheel. Zijn verklaringen over de moord op zijn vader vindt de minister erg summier. Van hem mocht verwacht worden dat hij hier meer over kon verklaren, omdat dit de kern van zijn asielrelaas is. Verder heeft eiser het verdwijnen van zijn gezinsleden volgens de minister gebaseerd op een vermoeden. Ook verwijt de minister eiser dat hij geen asiel heeft aangevraagd in Oekraïne toen hij daar 7 jaar illegaal verbleef. Daarnaast mocht van eiser verwacht worden dat hij om bescherming vroeg in de landen waar hij doorheen reisde. Deze reisbewegingen doen volgens de minister afbreuk aan de gestelde noodzaak voor internationale bescherming.
Problemen met de familie in Congo
5. Eiser voert aan dat de minister zich ten onrechte op het standpunt stelt dat de problemen van zijn familie in Congo ongeloofwaardig zijn. Hiertoe voert eiser aan dat hem niet te verwijten valt dat hij geen nieuwe informatie heeft toegevoegd aan zijn verklaringen. Volgens eiser is het niet aan hem om de financiële situatie van zijn moeder te kennen. Bovendien is het logisch dat zij het niet over geld hebben gehad, nu zij beiden erg emotioneel waren ten tijde van het overlijden van eisers vader. Hij kon met zijn moeder niet vrijuit spreken, omdat zijn vader is vermoord vanwege zijn functie bij de Congolese inlichtingendienst. Eiser heeft ter onderbouwing van zijn relaas verschillende documenten overgelegd waaruit volgens eiser blijkt dat de inlichtingendienst in het nieuws kwam vanwege ontvoeringen en onrechtmatige detenties. Nu zijn moeder en andere gezinsleden
geen contact meer met hem hebben opgenomen, heeft eiser geen hoop meer dat zij nog in leven zijn. Ter zitting heeft eiser gezegd dat hij naar Vluchtelingenwerk is geweest om hulp te vragen bij zijn zoektocht.
5.1.
De beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft de door eiser gestelde problemen van zijn familie in Congo niet ten onrechte ongeloofwaardig gevonden. De minister heeft zich daarbij op het standpunt kunnen stellen dat er meer van eiser verwacht mocht worden in zijn verklaringen over de dood van zijn vader. Het is opmerkelijk dat eiser aangeeft dat zijn moeder niet vrijuit kon spreken aan de telefoon, maar dat zij wel heeft verteld dat zijn vader is overleden vanwege zijn werk bij de inlichtingendienst. Uit de door eiser overgelegde nieuwsartikelen kan bovendien niet worden opgemaakt dat sprake is van eventuele aanvallen op het personeel of familieleden van het personeel van de inlichtingendienst. Het betreft algemene informatie, niet toegespitst op de situatie van eiser. Hieruit wordt dan ook niet aannemelijk dat eiser niet vrijuit zou kunnen spreken met zijn moeder vanwege het werk van zijn vader. De minister heeft mogen vinden dat dit onvoldoende is om de persoonlijke problemen van eiser te onderbouwen. Daarnaast heeft de minister eisers verklaringen over de financiële problemen vaag mogen vinden. Zijn vader ondersteunde hem financieel volledig, maar eiser kan geen indicatie geven wanneer de financiële problemen zijn begonnen. Ondanks dat het begrijpelijk is dat eiser en zijn moeder emotioneel waren, is het vreemd dat hij het hier nooit met zijn moeder over heeft gehad. In de paar maanden dat eiser en zijn moeder nog contact hadden, had hij haar meer kunnen vragen over de dood van zijn vader en hun financiële situatie. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit gesprek niet mogelijk was. Verder heeft de minister kunnen overwegen dat eisers stelling dat zijn gezinsleden niet meer in leven zouden zijn, gebaseerd is op vermoedens. Eiser geeft enkel aan dat hij vreest dat hem hetzelfde overkomt als zijn gezinsleden, terwijl hij niet weet wat er met hen is gebeurd. Hierbij heeft de minister tot slot mogen betrekken dat het opmerkelijk is dat eiser geen poging heeft gedaan om nog met zijn familie in contact te komen. Dat eiser Vluchtelingenwerk bezocht zou hebben, is evenmin aangetoond.
5.2.
Daarnaast voert eiser aan dat de minister hem ten onrechte tegenwerpt dat hij in Oekraïne geen asiel heeft aangevraagd. Hij heeft eerst drie jaar legaal daar kunnen verblijven en vervolgens nog een aantal jaren illegaal. Aangezien het illegale verblijf zonder problemen verliep, was er geen noodzaak om asiel aan te vragen. Pas toen de oorlog uitbrak, ontstond voor eiser een onveilige situatie en de noodzaak om te vluchten. Ook vindt eiser dat de minister hem ten onrechte tegenwerpt dat hij geen asiel heeft aangevraagd in een van de landen waar hij is doorgereisd. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiser gezegd dat Nederland zijn eindbestemming was en hij daarom geen asiel heeft aangevraagd in de doorreislanden. Hierbij wijst eiser erop dat veel asielzoekers het op deze manier doen.
5.3.
Deze beroepsgrond slaagt ook niet. De minister heeft eiser terecht verweten dat hij geen poging heeft gedaan om bescherming te vragen aan de Oekraïense autoriteiten. Vanaf het moment dat eisers vader overleed en hij het contact met zijn moeder verloor, voelde het voor hem immers onveilig om naar Congo terug te keren. Dat het illegale verblijf in Oekraïne tot aan de oorlog zonder problemen verliep doet daar niet aan af. De minister werpt eiser ook terecht tegen dat hij geen asiel heeft aangevraagd in een van de landen waar hij is doorgereisd, Slowakije, Oostenrijk of Duitsland en dat dit afbreuk doet aan zijn gestelde vrees en gestelde problemen in Congo. Dat er veel asielzoekers zijn die het op deze manier doen, maakt dit niet anders.
6. Nu eisers problemen in Congo niet aannemelijk zijn en in asielmotief 1 geen reden is gelegen om aan eiser een asielvergunning te verlenen, heeft de minister zijn aanvraag op goede gronden afgewezen.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van
mr.M. Veenstra, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zaaknummer NL23.18267.