Eiser, een Jemenitisch pleegkind, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf in Nederland bij zijn pleegvader, zijn oom, die sinds 2013 alle zorgtaken vervult. De minister wees de aanvraag af omdat niet aannemelijk was gemaakt dat eiser feitelijk deel uitmaakt van het gezin van de referent en omdat er een gezinsleven zou bestaan met de biologische ouders, die nog in beeld zijn en mogelijk hereniging kunnen aanvragen.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het gezinsleven met de biologische ouders wordt aangenomen, terwijl eiser al meer dan tien jaar geen praktische of affectieve band met hen heeft en zij geen zorgtaken vervullen. De toestemmingsverklaring van de biologische ouders en de langdurige zorg door de referent zijn onvoldoende betrokken in de besluitvorming.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen vier weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de belangen van het kind centraal moeten staan. Tevens worden de proceskosten en griffierechten aan eiser vergoed.