ECLI:NL:RBDHA:2026:4562
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag tijdelijke bescherming Oekraïense vreemdeling die voor peildatum vertrok
Eiseres, een Oekraïense nationaliteit houdende vreemdeling, diende een aanvraag in voor verblijf onder de Richtlijn tijdelijke bescherming. Deze aanvraag werd door de minister van Asiel en Migratie afgewezen omdat eiseres vóór de peildatum van 27 november 2021 Oekraïne had verlaten, waardoor zij niet tot de beschermde doelgroep behoort.
Eiseres voerde aan dat haar vertrek uit Oekraïne niet vrijwillig was en dat zij onder artikel 3.9a van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 viel, evenals onder de definitie van gezinslid in het Uitvoeringsbesluit, mede vanwege haar afhankelijkheid van haar ernstig zieke moeder. Tevens stelde zij dat zij ten onrechte niet was gehoord.
De rechtbank oordeelde dat de Richtlijn tijdelijke bescherming niet op eiseres van toepassing is omdat zij vóór de peildatum Oekraïne verliet en niet als gezinslid van haar moeder kan worden aangemerkt, aangezien zij niet samenwoonden op de peildatum. Het horen van eiseres was niet vereist omdat het bezwaar geen andere uitkomst kon hebben.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiseres kreeg geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.