ECLI:NL:RBDHA:2026:4563
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zoekjaar wegens termijnoverschrijding en geen toezegging
Eiser, een Surinaamse nationaliteit, had een verblijfsvergunning voor studie die werd ingetrokken nadat hij zijn studie stopzette vanwege een diplomawaardering die zijn opleiding gelijkstelde aan een afgeronde eerstegraadsdocent biologie opleiding. Hij vroeg vervolgens om wijziging van zijn verblijfsvergunning naar een zoekjaar om werk te zoeken, maar deze aanvraag werd afgewezen omdat deze één dag te laat was ingediend na afronding van zijn studie.
Eiser voerde aan dat hij tijdig had ingediend en dat hij op basis van informatie van de IND mocht vertrouwen op een positieve uitkomst van zijn aanvraag. Hij stelde dat hij was misleid door de IND en dat het vertrouwensbeginsel geschonden was. De rechtbank oordeelde echter dat de aanvraag niet tijdig was ingediend en dat de IND geen concrete en ondubbelzinnige toezegging had gedaan die het vertrouwensbeginsel zou rechtvaardigen.
De rechtbank benadrukte dat het aan eiser was om zich goed te informeren over de voorwaarden en termijnen en dat het advies van de IND slechts procedureel was zonder inhoudelijke garanties. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning zoekjaar wordt ongegrond verklaard vanwege termijnoverschrijding en het ontbreken van een concrete toezegging.