Uitspraak
Gezag, omgangsregeling c.q. zorgregeling en alimentatie
Beschikking op het op 30 december 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
[de moeder] ,
Procedure
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat en A.I. Polac, een tolk;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Verzoek en verweer
- te bepalen dat hij samen met de moeder wordt belast met het gezag over [minderjarige 1] ;
- een zorgregeling vast te stellen tussen de vader en [minderjarige 1] , inhoudende dat [minderjarige 1] de ene week bij de vader en de andere week bij de moeder verblijft, en dat de overdrachtsmomenten telkens plaatsvinden op vrijdagmiddag om 18.00 uur en dat de feestdagen en vakanties bij helfte worden verdeeld;
Feiten
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats 1] .
Beoordeling
- bestaat in geval van toewijzing van het verzoek tot gezamenlijke gezag van de ouders een onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem of verloren zullen raken tussen de ouders, terwijl niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt, of is wijziging van het gezag anderszins in het belang van de kinderen?
- welke zorgregeling is in het belang van [minderjarige 1] en op welke wijze kan het contact worden vormgegeven?
- is verdere hulpverlening voor de ouders en/of [minderjarige 1] noodzakelijk, en zo ja, welke?
€ 44.954,-. De rechtbank gaat voor het jaar 2025 uit een winst van € 60.000,-, zoals op de zitting door de man ook is gesteld. Ook houdt de rechtbank rekening met de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek en de MKB-winstvrijstelling. Het NBI van de man bedraagt € 3.216,- per maand.
€ 2.861,- bruto per maand aan de zijde van de vrouw. De rechtbank berekend de behoefte van [minderjarige 2] op een bedrag van € 764,- per maand. De rechtbank verwijst naar de aan deze beschikking aangehechte berekening.
€ 139,-
(aandeel)-/- € 103,- (
bedrag aan zorgkorting)).
BeslissingDe rechtbank:
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats 1] , (bij co-ouderschap eventueel:
medeverzorgt en opvoedt) van € 172,- per maand zal betalen, vanaf heden telkens bij vooruitbetaling te voldoen, en verklaart de bepaling van deze bijdrage uitvoerbaar bij voorraad;
(de vader)
[de moeder] , (de moeder)
15 juli 2026 pro forma.
4 februari 2026.