Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:4598

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
7 maart 2026
Zaaknummer
C/09/697950 / FA RK 26-504
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 WzdArt. 3.2.3 Wet langdurige zorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens psychogeriatrische aandoening

De rechtbank Den Haag behandelde op 4 februari 2026 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om een rechterlijke machtiging te verlenen voor opname en verblijf van een cliënt met de ziekte van Alzheimer. De cliënt, geboren in 1937, verzet zich tegen opname en 24-uurs zorg, wenst zelfstandig thuis te blijven wonen en accepteert geen extra zorgverleners in huis.

De casemanager, mentor en bewindvoerder gaven aan dat de cliënt ondanks maximale thuiszorg vaak angstig is, zorg weigert en er een groot risico bestaat op ernstig lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De cliënt blijft zelfstandig fietsen ondanks desoriëntatie en er is brandgevaar. Ook is er sprake van overbelasting van het steunsysteem door frequent bellen naar gevolmachtigden.

De rechtbank concludeert dat er sprake is van ernstig nadeel zoals bedoeld in de Wet zorg en dwang (Wzd) en dat opname en verblijf in een accommodatie noodzakelijk en geschikt zijn om dit te voorkomen. Minder ingrijpende maatregelen zijn niet haalbaar omdat de cliënt 24-uurs zorg weigert en deze zorg bovendien praktisch niet beschikbaar is. De rechterlijke machtiging wordt daarom voor zes maanden toegekend, ondanks het verzet van de cliënt.

Uitkomst: Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden toegekend wegens ernstig nadeel en onveilige thuissituatie.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/697950 / FA RK 26-504
Datum beschikking: 4 februari 2026

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf

Beschikkingnaar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[cliënt]
(w/v [naam 1] ),
hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedatum] 1937 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. A.A. van Harmelen te Den Haag.

Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 19 januari 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 22 oktober 2022;
- een aanvraag voor een rechterlijke machtiging aan het CIZ van 7 januari 2026;
- een op 6 januari 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [naam 2] , die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij haar behandeling betrokken was;
- een zorgplan van 25 juli 2025;
- een levenstestament van 23 juni 2023.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 4 februari 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
- de casemanager, mevrouw [naam 3] ;
- de mentor, de heer [naam 4] ;
- de bewindvoerder, de heer [naam 5] .

Standpunten ter zitting

Door en namens cliënt is ter zitting naar voren gebracht dat cliënt niet open staat voor 24-uurs zorg; zij wenst slechts de zorg die zij nu ontvangt. Zij wil geen andere mensen over de vloer. Cliënt wil in haar eigen woning blijven wonen en wenst geen opname en verblijf in een accommodatie.
De advocaat geeft aan dat in de medische verklaring gesteld wordt dat cliënt geen zorg accepteert, maar dat strookt niet met het feit dat de thuiszorg en een zorgmaatje iedere dag komen. Die zorg behoort momenteel tot de routine van cliënt. Cliënt is een vitale vrouw en er zijn voldoende financiële middelen zijn om haar 24-uurs zorg te bieden. Daar moet naar worden gestreefd. De advocaat bepleit daarom afwijzing van het verzoek.
De casemanager heeft ter zitting aangegeven dat het moeilijk is om cliënt nog langer alleen thuis te laten wonen. Het doel was om cliënt zo lang mogelijk veilig thuis te laten wonen en hiervoor is al veel dagelijkse zorg ingezet. Cliënt is echter toch nog vaak angstig en moeilijk gerust te stellen. De thuiszorg biedt maximale zorg; daarnaast is er een zorgmaatje en buren doen veel voor cliënt. Maar er is nu meer begeleiding nodig. Op het moment dat cliënt alleen thuis is, gaat ze mensen bellen vanuit haar paniek en vervolgens vergeet ze dat ze gebeld heeft. Dagbesteding is niet van de grond gekomen en cliënt weigert de mogelijke inzet van 24-uurs zorg. Daarnaast accepteert cliënt niet iedereen in haar huis, en zeker niet veel wisselende personen. Daarmee bestaat een groot risico dat de nodige zorg niet verleend kan worden.
De mentor heeft ter zitting naar voren gebracht dat er financiële mogelijkheden zijn om 24-uurs zorg te faciliteren, maar cliënt weigert dit. Daar komt bij dat er bij verschillende instanties geïnformeerd is naar het inzetten van 24-uurs zorg, maar dat het aanbod zeer beperkt is en het praktisch daarom ook niet uitvoerbaar lijkt. Daarbij bestaat het risico dat cliënt de verzorging door derden weigert.
De bewindvoerder heeft ter zitting aangegeven dat 24-uurs zorg slechts uitvoerbaar is als cliënt hiermee instemt en er mensen te vinden zijn die deze zorg ook daadwerkelijk kunnen leveren. Er zijn genoeg financiële middelen om dit uit te voeren.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten de ziekte van Alzheimer.
Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- bedreiging van de veiligheid van de cliënt al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Er is sprake van een onveilige thuissituatie. Cliënt blijft zelfstandig fietsen terwijl dit niet altijd goed gaat. Zij is gedesoriënteerd en rijdt geregeld aan de verkeerde kant van de weg. Ook is er een risico op brandgevaar. Hierdoor bestaat er een aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel bij cliënt en kan de situatie zich voordoen dat de algemene veiligheid in gevaar is. Daarnaast belt cliënt meerdere keren per dag naar haar notarieel gevolmachtigden. Hierdoor is er sprake van een aanzienlijk risico op overbelasting van het kleine steunsysteem. Tevens blijkt dat cliënt aangeboden zorg weigert. Cliënt vergeet geregeld te eten of eet bedorven voedsel en er zijn twijfels over de persoonlijke hygiëne. Hierdoor is er sprake van een aanzienlijk risico dat cliënt zichzelf verwaarloost en maatschappelijk teloorgaat. Ook bestaat er een risico op bedreiging van de veiligheid van cliënt al dan niet doordat zij onder invloed van een ander raakt, nu cliënt dingen vraagt aan verkeerde en/of onbekende mensen.
De opname en het verblijf in een accommodatie zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Ter zitting is door de advocaat naar voren gebracht dat er voldoende financiële middelen zijn om 24-uurs zorg in de thuissituatie te bekostigen. Echter, ter zitting heeft cliënt met klem aangegeven deze zorg thuis niet te zullen accepteren, wat is bevestigd door de case-manager en de mentor. Daar komt bij dat gebleken is dat feitelijk geen 24-uurszorg voorhanden is. Dit alles heeft tot gevolg dat thuis de noodzakelijke zorg niet geboden kan worden. De rechtbank zal derhalve het verweer van de advocaat – voor zover dat ziet op de mogelijkheid tot inzet van minder ingrijpende mogelijkheden, anders dan een opname en verblijf – passeren.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf in een accommodatie. Cliënt is van oordeel dat zij geen zorg behoeft en zelfstandig thuis kan wonen. Er is sprake van consistent verbaal verzet.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie ten aanzien van:
[cliënt]
(w/v [naam 1] ),
geboren op [geboortedatum] 1937 te [geboorteplaats] ,
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 augustus 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.J. Hoekstra-van Vliet, rechter, bijgestaan door L. Ammerlaan-Arkenbout als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 4 februari 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 6 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.