De ouders hadden gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind, maar zijn sinds januari 2025 definitief uit elkaar. De moeder verzoekt het gezamenlijk gezag te beëindigen en haar alleen het gezag toe te kennen. De vader verzet zich hiertegen en verzoekt om omgangsregeling.
De rechtbank constateert dat er sprake is geweest van huiselijk geweld en intimidatie door de vader, wat ook na het beëindigen van de relatie voortduurde. De vader vertoont zorgelijk gedrag, waaronder vermoedelijk drugsgebruik en een incident waarbij hij zichzelf met schoonmaakmiddelen verwondde. De moeder maakt zich ernstige zorgen over het psychisch welzijn van de vader.
Gezien de onmogelijkheid tot overleg tussen ouders en de veiligheid en het welzijn van het kind, kent de rechtbank de moeder het eenhoofdig gezag toe. De beslissing over omgang wordt aangehouden in afwachting van een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming naar de emotionele beschikbaarheid en veiligheid van contact met de vader.
De Raad wordt verzocht een rapport uit te brengen, waarna de zaak wordt voortgezet. De omgangsbeslissing blijft voorlopig in beraad. De rechtbank acht het belang van het kind en haar emotionele veiligheid leidend in deze beslissing.