De moeder verzoekt de rechtbank het gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te wijzen, alsmede de vader het recht op omgang met het kind te ontzeggen. De vader is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd.
De rechtbank constateert dat de vader de afgelopen twee jaar vrijwel onbereikbaar is geweest en zijn omgangsverplichtingen niet is nagekomen. Dit heeft geleid tot meerdere procedures waarbij de moeder vervangende toestemming moest vragen. De vader was nauwelijks betrokken, ook niet tijdens de diagnose en het intensieve behandeltraject van leukemie bij het kind.
Gezien de onbereikbaarheid en het gebrek aan betrokkenheid acht de rechtbank het in het belang van het kind dat de moeder voortaan het eenhoofdig gezag krijgt toegewezen. Daarnaast leidt de afwezigheid van de vader tot stress bij het kind en onrust bij de moeder, wat onwenselijk is gezien de ziekte van het kind. Daarom ontzegt de rechtbank de vader het recht op omgang, zonder termijn, met de mogelijkheid tot herziening na een jaar of bij gewijzigde omstandigheden.