Uitspraak
Gezag en wijziging zorg- c.q. omgangsregeling
Beschikking op het op 17 december 2024 ingekomen verzoekschrift van:
[de moeder],
[de vader],
Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het bericht van 18 december 2024 van de moeder, met bijlage;
- het bericht van 21 januari 2025 van de moeder, met bijlage;
- het bericht van 4 februari 2025 van de moeder, met bijlagen;
- het bericht van 6 februari 2025 van de moeder, met bijlage;
- het bericht van 16 juni 2025 van de moeder, met bijlage;
- het bericht van 11 oktober 2025 van de moeder, met bijlage;
- het bericht van 30 december 2025 van de moeder, met bijlage.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
- De moeder en de vader zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2020 tot [datum 2] 2022.
- Zij zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2021 in [geboorteplaats 1].
- [minderjarige] woont bij zijn moeder.
- De moeder en de vader oefenen gezamenlijk het gezag uit over [minderjarige].
- Bij beschikking van 2 april 2024 van deze rechtbank is – voor zover hier relevant- bepaald dat met wijziging van het aan de beschikking van 3 juni 2022 gehechte ouderschapsplan van 18 oktober 2021, [minderjarige] eenmaal in de twee weken op zondag van 10.00 uur tot 20.00 uur bij de vader zal zijn.
Verzoek en verweer
- het gezamenlijke gezag van de ouders over [minderjarige] te beëindigen en te bepalen dat de moeder voortaan belast wordt met het eenhoofdig gezag over [minderjarige];
- de vader het recht op omgang met [minderjarige] te ontzeggen.