ECLI:NL:RBDHA:2026:4675

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
C/09/698603 / JE RK 26-150
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige in pleegzorg

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds een jaar in een pleeggezin verblijft. De moeder, belast met het ouderlijk gezag, kampt met psychische problematiek en verslavingsgevoeligheid, waardoor zij nog niet in staat is om de zorg- en opvoedtaken adequaat op zich te nemen.

De kinderrechter heeft de stukken bestudeerd en de zitting met gesloten deuren gehouden waarbij de gecertificeerde instelling en de moeder aanwezig waren. De moeder heeft ingestemd met de verlenging en erkent dat een thuisplaatsing momenteel niet in het belang van de minderjarige is. Zij heeft een intensieve traumabehandeling succesvol afgerond en heeft een stabiele dagbesteding.

De kinderrechter constateert dat de minderjarige ernstige ontwikkelingsbedreiging vertoont en behoefte heeft aan een stabiele en veilige basis die het pleeggezin biedt. De moeder heeft positieve stappen gezet, maar de thuissituatie is nog te kwetsbaar. Er zal een vaste jeugdbeschermer worden aangesteld die een omgangsplan opstelt en voorwaarden voor thuisplaatsing stelt.

De kinderrechter besluit daarom de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen tot 13 februari 2027 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na dagtekening.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige worden verlengd tot 13 februari 2027.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/698603 / JE RK 26-150
Datum uitspraak: 6 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter
Verlenging ondertoezichtstellingVerlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats].

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 30 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • [naam 1] en [naam 2], namens de gecertificeerde instelling;
  • de moeder.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
2.2.
[minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 13 februari 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 13 februari 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 12 augustus 2025 de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 13 februari 2026.
3.
Het verzoek
3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [minderjarige] laat gedrag zien dat voortkomt uit trauma. Daarom heeft zij behoefte aan een voorspelbare en veilige basis. Deze basis wordt door de pleegouders geboden. [minderjarige] ontwikkelt zich goed in het pleeggezin en lijkt zich steeds meer te hechten aan de pleegouders. Het lukt de moeder nog niet om haar verantwoordelijkheden op zich te nemen. Ze kampt met psychische problematiek en verslavingsgevoeligheid. Door haar problematiek is zij onvoorspelbaar in haar gedrag en lukt het niet altijd leeftijdsadequaat aan te sluiten bij [minderjarige]. De afgelopen periode heeft de moeder aan haar problematiek gewerkt, onder meer door het volgen van een traumabehandeling bij [instantie]. Deze behandeling is succesvol afgerond. Het risico op een terugval is echter groot vanwege een gebrek aan regie en structuur in de thuissituatie van de moeder. Er is meer tijd nodig om stabiliteit bij de moeder te realiseren en ongezonde patronen te doorbreken. Doordat er in de afgelopen periode geen vaste jeugdbeschermer betrokken is geweest, is er weinig gewerkt aan het versterken van de band tussen de moeder en [minderjarige]. Ook is er weinig aandacht geweest voor de specifieke opvoeddoelen tijdens de contactmomenten. Tijdens de contactmomenten wordt gezien dat de moeder sensitief is richting [minderjarige] en haar niet belast met volwassenproblematiek. De gecertificeerde instelling wil de komende periode een omgangsplan opstellen zodat er meer duidelijkheid wordt geboden richting de moeder en [minderjarige]. In het omgangsplan zullen ook de doelen en voorwaarden voor thuisplaatsing worden opgenomen. De gecertificeerde instelling vindt de situatie bij de moeder op dit moment nog te kwetsbaar om een thuisplaatsing te realiseren. Het is belangrijk dat de moeder ondersteund wordt in haar eigen hulpverleningstraject.

4.Het standpunt

4.1.
Door de moeder is ingestemd met het verzochte. Ter zitting is door de moeder aangegeven dat zij de afgelopen periode heeft gewerkt aan haar problematiek. Ze heeft de traumatherapie als intensief ervaren, maar dit heeft haar ook rust gegeven. Zo heeft zij bijvoorbeeld geen psychoses meer gehad. Ook heeft zij dagbesteding waar zij energie uithaalt. Het liefst zou de moeder [minderjarige] thuis hebben, maar acht dit momenteel niet in het belang van [minderjarige]. Ze ziet graag dat de situatie nu voor [minderjarige] hetzelfde blijft en dat zij naar dezelfde school kan blijven gaan. De moeder ziet daarnaast graag dat er een vaste jeugdbeschermer komt.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [2] De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.
5.2.
Er is nog altijd sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij [minderjarige]. [minderjarige] laat gedrag zien dat voortkomt uit trauma. Zij heeft last van angsten en er zijn zorgen over de kwetsbaarheid van [minderjarige]. Zij heeft behoefte aan een stabiele en veilige basis. [minderjarige] verblijft inmiddels een jaar in een pleeggezin. De pleegouders zijn belangrijke hechtingsfiguren voor [minderjarige] en zij kan zich hier in een veilige omgeving ontwikkelen. Gelet op de zorg- en opvoedbehoeften van [minderjarige] is het belangrijk dat zij de komende tijd nog bij de pleegouders verblijft. De moeder is vooralsnog niet in staat om de zorg- en opvoedtaken voor [minderjarige] te dragen. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat de moeder de afgelopen periode positieve stappen heeft gezet. De moeder heeft een intensief hulpverleningstraject bij [instantie] ondergaan en deze succesvol afgerond. Ze ervaart na het afronden van de traumabehandeling meer rust en heeft een gezonde dagbesteding. Het lukt de moeder om de belangen van [minderjarige] voorop te zetten en zij ziet in dat een thuisplaatsing op dit moment nog te voorbarig is. Tijdens de contactmomenten sluit de moeder beter aan bij [minderjarige], reageert zij sensitief en wordt [minderjarige] niet belast met volwassenzaken. De kinderrechter spreekt haar complimenten uit naar de moeder en merkt daarbij op dat [minderjarige] trots kan zijn op de stappen die de moeder gemaakt heeft. Het is de komende periode belangrijk dat er duidelijkheid komt voor [minderjarige] en de moeder ten aanzien van de contactmomenten en de mogelijkheid tot thuisplaatsing. Binnenkort zal er een vaste jeugdbeschermer beginnen bij het gezin. Het is aan de vaste jeugdbeschermer om voorwaarden voor thuisplaatsing te stellen en eventueel benodigde hulpverlening in te zetten. Ook moet er een omgangsplan komen en dient er te worden gewerkt aan het versterken van de band tussen [minderjarige] en de moeder.
5.3.
De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor de duur van een jaar.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 13 februari 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 13 februari 2027;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.M.C. Limbeek, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2026, in aanwezigheid van T.A.A. Hilhorst als griffier, en op schrift gesteld op 23 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.