ECLI:NL:RBDHA:2026:4680

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
C/09/696134 / FA RK 25-9470
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 223 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorzieningen omgangsregeling en doorverwijzing naar omgangsbegeleiding in belang minderjarige

De vader verzocht de rechtbank om een voorlopige zorgregeling te treffen voor hun minderjarige kind, waarbij omgangscontacten tussen vader en moeder werden voorgesteld. De moeder verzocht primair afwijzing van dit verzoek en subsidiair begeleide omgang. De rechtbank constateerde dat de ouders overeenstemming bereikten over doorverwijzing naar een traject omgangsbegeleiding en trof daarop een beschikking.

De rechtbank verwees de ouders naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan een omgangsbegeleidingstraject van maximaal zes maanden. De rechtbank legde vast dat de ouders en de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank tijdig moeten informeren over het verloop van het traject. Indien het traject niet positief wordt afgerond, dient de hulpverleningsinstantie een eindrapportage te sturen aan de rechtbank en de Raad voor de Kinderbescherming.

De Raad wordt verzocht binnen twee weken na ontvangst van een negatieve eindrapportage te beoordelen of nader onderzoek noodzakelijk is en hierover te rapporteren aan de rechtbank. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en bevat nadere procesafspraken voor de bodemprocedure.

De vader was niet verschenen op de zitting, de moeder en de Raad waren wel aanwezig. De rechtbank benadrukte het belang van het traject voor het welzijn van het kind en stelde de ouders in de gelegenheid om het traject te doorlopen alvorens verdere beslissingen te nemen over het gezag, de hoofdverblijfplaats en de zorg- en opvoedingstaken.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot voorlopige zorgregeling af en verwijst ouders naar een traject omgangsbegeleiding met rapportageverplichtingen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-9470
Zaaknummer: C/09/696134
Datum beschikking: 6 februari 2026

Voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv Pro

Beschikking op het op 15 december 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A. Ramsaroep in Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D.M. Siemerink-Looten in Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het verweerschrift, met bijlagen, ingekomen op 6 januari 2026.
Op 9 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de advocaat van de vader;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Feiten

  • De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
  • Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] , hierna: [minderjarige] .
  • De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige] .
  • [minderjarige] staat volgens de Basisregistratie Personen ingeschreven op het adres bij de moeder.
  • Bij beschikking van 28 november 2025 van deze rechtbank – voor zover hier relevant – is:
  • de Raad verzocht een onderzoek te verrichten en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen, dat onderzoek dient antwoord te geven op de vraag wat ten aanzien van het gezag, de hoofdverblijfplaats en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang in het belang van de minderjarige is te achten;
  • iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag, de hoofdverblijfplaats, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang en de proceskosten aangehouden tot 1 juni 2026 pro forma.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt, bij wijze van voorlopige voorzieningen op grond van artikel 223 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
  • een voorlopige zorgregeling voor de vader te bepalen voor de duur van de hoofdprocedure, inhoudende dat [minderjarige] elke maandag wordt opgehaald door de vader bij de moeder en dat de moeder [minderjarige] elke woensdag ophaalt bij de vader. Voorts dat de vader [minderjarige] elke oneven week op vrijdag ophaalt bij de moeder en de moeder [minderjarige] op de zondag daarop weer ophaalt bij de vader. Verder dat de overdracht telkens zal plaatsvinden tussen 12:00 uur en 13:00 uur; dan wel een zorgregeling te bepalen die de rechtbank in het belang van [minderjarige] acht;
  • voorts de moeder te verplichten de vader te informeren omtrent de naam en contactgegevens van de huisarts van [minderjarige] en de naam en locatie van het Consultatiebureau (CJG) waar hij staat ingeschreven en de vader elke twee weken een kort verslagje te sturen van [minderjarige] met een foto van hem.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt zij primair tot afwijzing van het verzoek van de vader, althans subsidiair tot het bepalen van begeleide omgang, zoals vermeld in de nummers 18 en 19, en zowel primair als subsidiair kosten rechtens.

Beoordeling

Op de zitting hebben de ouders overeenstemming bereikt over doorverwijzing naar het traject omgangsbegeleiding. De ouders hebben vervolgens het meer of anders verzochte ingetrokken. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is op 13 januari 2026 al per email verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.
De rechtbank verzoekt de ouders om de rechtbank
in de bodemprocedure met zaak- en rekestnummer 691617 FA RK 25-6981tijdig te informeren over het verloop van voornoemd traject. Van de uitvoerende hulpverleningsinstantie verwacht de rechtbank dat zij de eindrapportage over het verloop van het traject indient op de hierna vermelde wijze. De hulpverleningsinstantie kan de rechtbank tussentijds informeren als daartoe aanleiding is. Als het traject niet heeft geleid tot een positief resultaat dient de instantie de eindrapportage ook tegelijkertijd te zenden aan de Raad. Aan de hand van de eindrapportage zal de Raad bezien of er een onderzoek van de Raad noodzakelijk is. De Raad wordt verzocht binnen twee weken na ontvangst van de eindrapportage de rechtbank hierover te informeren en, indien de Raad onderzoek noodzakelijk acht, dit te verrichten en daarvan bij de rechtbank een rapport in te dienen.
Deze beschikking geldt als voorwaardelijke opdracht aan de Raad om een onderzoek te verrichten voor het geval dat het traject volgens de uitvoerende hulpverleningsinstantie niet positief wordt afgesloten én de Raad dat onderzoek noodzakelijk acht.
Beslissing
De rechtbank:
stelt vast dat de ouders, te weten:
[de vader] , (de vader)
wonende in [woonplaats] aan de [adres 1] , [postcode 1] ,
en
[de moeder] , (de moeder)
wonende op een geheim adres,
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Omgangsbegeleiding, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:
  • Kenniscentrum Kind en Scheiding, [adres 2], [postcode 2] [plaats];
  • en de Raad;
bepaalt dat de ouders de rechtbank dienen te informeren
in de bodemprocedure met zaak- en rekestnummer 691617 FA RK 25-6981omtrent het verloop van voornoemd traject;
bepaalt dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert
in de bodemprocedure met zaak- en rekestnummer 691617 FA RK 25-6981omtrent het verloop van voornoemd traject, met kopie aan beide ouders en daarvan, indien het traject niet positief is afgerond, gelijktijdig een afschrift aan de Raad stuurt;
bepaalt dat de griffier binnen één week na ontvangst van de rapportage van een niet positief afgerond traject een afschrift van de processtukken aan de Raad toestuurt;
verzoekt de Raad bij een niet positief verlopen traject te bezien of raadsonderzoek noodzakelijk is met inachtneming van hetgeen de rechtbank daarover in de overwegingen heeft opgenomen, de rechtbank daarover
in de bodemprocedure met zaak- en rekestnummer 691617 FA RK 25-6981te informeren en, indien dat onderzoek noodzakelijk geacht wordt, dit onderzoek te verrichten en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Wien als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 6 februari 2026.