Uitspraak
Voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv Pro
Beschikking op het op 15 december 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[de vader] ,
[de moeder] ,
Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het verweerschrift, met bijlagen, ingekomen op 6 januari 2026.
- de advocaat van de vader;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
Feiten
- De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] , hierna: [minderjarige] .
- De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige] .
- [minderjarige] staat volgens de Basisregistratie Personen ingeschreven op het adres bij de moeder.
- Bij beschikking van 28 november 2025 van deze rechtbank – voor zover hier relevant – is:
- de Raad verzocht een onderzoek te verrichten en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen, dat onderzoek dient antwoord te geven op de vraag wat ten aanzien van het gezag, de hoofdverblijfplaats en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang in het belang van de minderjarige is te achten;
- iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag, de hoofdverblijfplaats, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang en de proceskosten aangehouden tot 1 juni 2026 pro forma.
Verzoek en verweer
- een voorlopige zorgregeling voor de vader te bepalen voor de duur van de hoofdprocedure, inhoudende dat [minderjarige] elke maandag wordt opgehaald door de vader bij de moeder en dat de moeder [minderjarige] elke woensdag ophaalt bij de vader. Voorts dat de vader [minderjarige] elke oneven week op vrijdag ophaalt bij de moeder en de moeder [minderjarige] op de zondag daarop weer ophaalt bij de vader. Verder dat de overdracht telkens zal plaatsvinden tussen 12:00 uur en 13:00 uur; dan wel een zorgregeling te bepalen die de rechtbank in het belang van [minderjarige] acht;
- voorts de moeder te verplichten de vader te informeren omtrent de naam en contactgegevens van de huisarts van [minderjarige] en de naam en locatie van het Consultatiebureau (CJG) waar hij staat ingeschreven en de vader elke twee weken een kort verslagje te sturen van [minderjarige] met een foto van hem.
Beoordeling
in de bodemprocedure met zaak- en rekestnummer 691617 FA RK 25-6981tijdig te informeren over het verloop van voornoemd traject. Van de uitvoerende hulpverleningsinstantie verwacht de rechtbank dat zij de eindrapportage over het verloop van het traject indient op de hierna vermelde wijze. De hulpverleningsinstantie kan de rechtbank tussentijds informeren als daartoe aanleiding is. Als het traject niet heeft geleid tot een positief resultaat dient de instantie de eindrapportage ook tegelijkertijd te zenden aan de Raad. Aan de hand van de eindrapportage zal de Raad bezien of er een onderzoek van de Raad noodzakelijk is. De Raad wordt verzocht binnen twee weken na ontvangst van de eindrapportage de rechtbank hierover te informeren en, indien de Raad onderzoek noodzakelijk acht, dit te verrichten en daarvan bij de rechtbank een rapport in te dienen.
- Kenniscentrum Kind en Scheiding, [adres 2], [postcode 2] [plaats];
- en de Raad;
in de bodemprocedure met zaak- en rekestnummer 691617 FA RK 25-6981omtrent het verloop van voornoemd traject;
in de bodemprocedure met zaak- en rekestnummer 691617 FA RK 25-6981omtrent het verloop van voornoemd traject, met kopie aan beide ouders en daarvan, indien het traject niet positief is afgerond, gelijktijdig een afschrift aan de Raad stuurt;
in de bodemprocedure met zaak- en rekestnummer 691617 FA RK 25-6981te informeren en, indien dat onderzoek noodzakelijk geacht wordt, dit onderzoek te verrichten en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;