Uitspraak
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 6 november 2025 ingekomen verzoek van:
[de vader],
[de moeder],
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek.
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Verzoek en verweer
- [minderjarige] elke woensdag van 12.00 uur uit school tot 19.00 uur na het avondeten bij de vader verblijft;
- [minderjarige] een keer per twee weken op zaterdag van 10.00 uur tot 18.30 uur na het avondeten bij de vader verblijft;
- [minderjarige] iedere zondag van 10.00 uur tot 18.30 uur na het avondeten bij de vader verblijft;
- waarbij geldt dat Vader [minderjarige] van school haalt en hem ’s avonds weer terug brengt en waarbij de vader [minderjarige] op zaterdag respectievelijk zondag ophaalt en ook weer terug brengt;
Voorwaardelijk
Feiten
“Artikel 3.1 Zorg/contactregeling
woensdag van 15.00 uur, dan wel na het middagslaapje van [minderjarige] - 19.00 uur (na het eten);
iedere zondag van 12.00 uur - 18.00 uur.
woensdag van 15.00 uur, dan wel na het middagslaapje van [minderjarige] - 19.00 uur (na het eten);
iedere zaterdag van 17.00 uur - zondag 15.00 uur, dan wel na het middagslaapje van [minderjarige].
Beoordeling
Beslissing
- de ene week van zaterdag 15.00 uur tot zondag 19.00 uur, waarbij de moeder [minderjarige] naar de vader brengt en de vader [minderjarige] terugbrengt;
- de andere week van zondag 10.00 uur tot zondag 19.00 uur, waarbij de moeder [minderjarige] naar de vader brengt en de vader [minderjarige] terugbrengt;
- de moeder brengt [minderjarige] naar de vader en de vader brengt [minderjarige] terug;
- Suikerfeest: in de even jaren bij de vader, in de oneven jaren bij de moeder, vanaf de voorafgaande avond;
- Offerfeest: in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader, vanaf de voorafgaande avond;
- in 2026:
voorjaars- en herfstvakantie: gedurende drie dagen bij de vader, in onderling overleg te bepalen, waarbij geldt dat als de ouders er niet uitkomen [minderjarige] de eerste drie dagen bij de vader zal verblijven en dat de vakantie bestaat uit de twee weekenden plus de doordeweekse dagen;
meivakantie: twee perioden van drie aaneengesloten dagen bij de vader, in onderling overleg te bepalen, waarbij geldt dat als ouders er niet uitkomen [minderjarige] telkens de eerste drie dagen van de week bij de vader verblijft;
zomervakantie: twee perioden van vier aaneengesloten dagen bij de vader, in onderling overleg te bepalen;
kerstvakantie: twee perioden van drie aaneengesloten dagen bij de vader, in onderling overleg te bepalen, waarbij geldt dat als ouders er niet uitkomen [minderjarige] telkens de eerste drie dagen van de week bij de vader verblijft;
voorjaars- en herfstvakantie: de helft van de vakantie bij de vader en de helft van de vakantie bij de moeder in onderling overleg te bepalen, waarbij geldt dat de vakantie bestaat uit de twee weekenden plus de doordeweekse dagen, dat de wisseling op woensdag om 15.00 is en dat als ouders er niet uitkomen [minderjarige] de eerste helft van de vakantie bij de vader is en de tweede helft bij de moeder;
meivakantie: de helft van de vakantie bij de vader en de helft van de vakantie bij de moeder in onderling overleg te bepalen, waarbij geldt dat als ouders er niet uitkomen [minderjarige] de eerste week bij de vader verblijft en de tweede week bij de moeder;
zomervakantie: drie aaneengesloten weken bij de vader en drie aaneengesloten weken bij de moeder, in onderling overleg te bepalen;
kerstvakantie: in de even jaren in de eerste week bij de vader, in de tweede week bij de moeder en in de oneven jaren andersom;