De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek tot stiefouderadoptie van een minderjarige geboren in 2013, waarbij de verzoeker de echtgenoot is van de moeder van het kind. De biologische vader was niet verschenen op de openbare RNI-zitting en wordt geacht niets meer te betekenen als ouder. De moeder ondersteunt het adoptieverzoek.
De rechtbank stelde vast dat de verzoeker en de moeder sinds 2017 een affectieve relatie hebben en sinds 2022 gehuwd zijn. De verzoeker heeft ten minste drie jaar onafgebroken met de moeder en het kind samengewoond en heeft het kind gedurende ten minste één jaar verzorgd en opgevoed. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde positief, stellende dat het in het kennelijk belang van het kind is, dat opgroeit in een stabiele gezinssituatie.
De rechtbank oordeelde dat aan de wettelijke voorwaarden voor adoptie is voldaan, waaronder het ontbreken van gezag van de biologische vader en het belang van het kind. Tevens werd het verzoek tot geslachtsnaamwijziging toegewezen, omdat de moeder en verzoeker dit gezamenlijk wensten. De rechtbank gelastte de inschrijving van de buitenlandse geboorteakte in de Nederlandse registers en bepaalde dat de griffier na kracht van gewijsde een afschrift van de beschikking aan het gezagsregister zal doen toekomen.