ECLI:NL:RBDHA:2026:4704
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens besluit minister
Verzoeker diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel verblijf bij zijn partner. Nadat de minister alsnog een besluit nam, trok verzoeker zijn beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep door alsnog een besluit te nemen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit Proceskosten bestuursrecht kan de bestuursrechter in dat geval het bestuursorgaan veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
Gezien de lichte aard van de zaak en het beperkte belang hanteerde de rechtbank een wegingsfactor van 0,5, waardoor verzoeker een bedrag van €467,- werd toegekend, inclusief vergoeding van het griffierecht. Er werden geen overige kosten vergoed.
De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier N.B. Yalcinkaya op 9 januari 2026 in Utrecht.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van €467,- aan proceskosten aan verzoeker na intrekking van het beroep.