AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing machtiging voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz
De rechtbank Den Haag behandelde op 19 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 2001.
Betrokkene wenst naar huis terug te keren, hoewel zij niet kan garanderen dat zij het thuis veilig kan houden. Zij heeft EMDR-therapie ondergaan en ervaart opnames als traumatiserend. De advocaat van betrokkene ondersteunt de afwijzing van het verzoek, mede vanwege een diepe euthanasiewens die niet lijkt te worden ondersteund door behandelaren.
De verpleegkundig specialist in opleiding verklaarde dat met betrokkene een autonomie bevorderend beleid is afgesproken waarbij de regie bij betrokkene ligt. Betrokkene werkt goed samen met behandelaren en volgt een ambulant Mentalization Based Treatment (MBT) traject. De moeder van betrokkene stemt in met het niet verlengen van de maatregel.
De rechtbank overweegt dat een crisismaatregel traumatiserend kan zijn en dat het belangrijk is dat betrokkene samenwerkt met behandelaren om trauma te voorkomen. Gezien de omstandigheden en het beleid wijst de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af en legt een autonomie bevorderend beleid vast.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/699618 / FA RK 26-1507
Datum beschikking: 19 februari 2026
Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikkingnaar aanleiding van het op 16 februari 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accomodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. D.G.M. van den Hoogen te Leiden.
Procesverloop
Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 14 februari 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Gouda tot het nemen van de crisismaatregel;
een op 14 februari 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een afschrift van de politiemutaties;
- een brief van de officier van justitie van 17 februari 2026, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 februari 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de verpleegkundig specialist in opleiding, mevrouw [naam 2] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Betrokkene heeft verklaard dat zij naar huis wil gaan. Daarbij heeft zij kenbaar gemaakt dat zij niet kan garanderen dat zij het thuis veilig kan houden. Ook over een aantal weken kan zij dat niet garanderen. Betrokkene heeft EMDR-therapie ondergaan vanwege eerdere opnames op de High Intensive Care en in haar ogen levert een opname alleen trauma’s op.
De advocaat van betrokkene staat achter de afwijzing van het verzoek. Zij merkt op dat betrokkene een diepe euthanasiewens heeft en maar dat de behandelaren van de accommodatie daarin niet lijken mee te werken.
De verpleegkundig specialist in opleiding heeft verklaard dat met betrokkene een ‘autonomie bevorderend beleid’ is afgesproken waarbij de regie wordt teruggelegd bij betrokkene. Daarnaast werkt betrokkene goed samen met de behandelaren. In het ambulante kader loopt het Mentalization Based Treatment (MBT) traject. Dit alles maakt dat het niet nodig is om de crisismaatregel te verlengen. Het MBT-team heeft van de moeder van betrokkene vernomen dat zij het er ook mee eens is dat de maatregel niet verlengd wordt. De behandelaren van het MBT-team zijn degenen waarmee betrokkene te maken heeft voor de aanmelding en het traject bij de Levenseindekliniek.
Beoordeling
De rechtbank wijst het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af. Daarbij merkt de rechtbank op dat een crisismaatregel een traumatiserende ervaring kan zijn, niet alleen voor de betrokkene maar ook voor diens omgeving alsmede voor degenen die bij de aanloop van de crisismaatregel betrokken zijn geweest. Om trauma te voorkomen is het van belang dat betrokkene probeert samen te werken met haar behandelaren.
Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.C.M. Bouman, rechter, bijgestaan door M. Gosses als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 februari 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 26 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.