ECLI:NL:RBDHA:2026:4718
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na ongegrondverklaring asielberoep
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 29 oktober 2025, waarin zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Tevens werd een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Verzoeker heeft daarnaast een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 17 februari 2026 behandeld. Tijdens de zitting waren verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig.
De rechtbank heeft het samenhangende beroep van verzoeker ongegrond verklaard, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening verviel. Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het samenhangende beroep ongegrond is verklaard.