ECLI:NL:RBDHA:2026:4742
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen verlenging overdrachtstermijn Dublin Zwitserland
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie tot verlenging van de overdrachtstermijn van een asielzoeker naar Zwitserland op grond van de Dublinverordening.
De minister had de overdrachtstermijn verlengd tot achttien maanden, omdat eiser gevangen zou zijn gezet zoals bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening. Tijdens de zitting bleek echter dat eiser op 23 februari 2026 reeds was uitgezet naar Zwitserland, vóór de oorspronkelijke uiterste overdrachtsdatum van 24 mei 2026.
Hierdoor was de overdrachtstermijn geëindigd en had de verlenging geen praktische betekenis meer. De rechtbank oordeelde dat er geen procesbelang bestond bij een inhoudelijke beoordeling van het verlengingsbesluit en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de overdrachtstermijn is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat de overdracht reeds is geëffectueerd.