ECLI:NL:RBDHA:2026:4759
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing onrechtmatige maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De rechtbank Den Haag heeft op 4 maart 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. De maatregel was gebaseerd op artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser voerde aan dat geen sprake was van een geldige Dublinsituatie, omdat Kroatië het claimverzoek had geaccepteerd en de uiterste overdrachtsdatum onrechtmatig was verlengd.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel van bewaring vanaf het begin onrechtmatig was omdat de uiterste overdrachtsdatum op 20 december 2024 was verstreken en de verlenging op 13 oktober 2025 te laat was. Hierdoor viel eiser ten tijde van oplegging niet onder de Dublinverordening en was de grondslag voor de bewaring onjuist.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de maatregel met ingang van 4 maart 2026 en kende een schadevergoeding toe van €1.440,- voor 12 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens veroordeelde zij de minister tot betaling van proceskosten van €1.868,- aan de rechtsbijstandverlener van eiser. De uitspraak is openbaar gedaan en er staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De maatregel van bewaring is opgeheven wegens onrechtmatigheid en eiser krijgt een schadevergoeding en proceskosten toegekend.